Film

Film

Weergave:
  • Grafiek
  • Data
Jaar Waarde
2015 Aantal bezoeken bioscoop (x1000) 32970
2005 Aantal bezoeken bioscoop (x1000) 20600
2007 Aantal bezoeken bioscoop (x1000) 23100
2009 Aantal bezoeken bioscoop (x1000) 27288
2011 Aantal bezoeken bioscoop (x1000) 30458
2013 Aantal bezoeken bioscoop (x1000) 30818
2015 Aantal bioscoopstoelen (x1000) 134.8
2005 Aantal bioscoopstoelen (x1000) 108
2007 Aantal bioscoopstoelen (x1000) 106.1
2009 Aantal bioscoopstoelen (x1000) 114.7
2011 Aantal bioscoopstoelen (x1000) 120.2
2013 Aantal bioscoopstoelen (x1000) 125.6
2015 Aantal bioscoopdoeken 817
2005 Aantal bioscoopdoeken 625
2007 Aantal bioscoopdoeken 630
2009 Aantal bioscoopdoeken 661
2011 Aantal bioscoopdoeken 721
2013 Aantal bioscoopdoeken 756
2015 Aantal filmtheaters 39
2005 Aantal filmtheaters 30
2007 Aantal filmtheaters 30
2009 Aantal filmtheaters 32
2011 Aantal filmtheaters 34
2013 Aantal filmtheaters 34
2015 Aantal bioscopen 146
2005 Aantal bioscopen 141
2007 Aantal bioscopen 130
2009 Aantal bioscopen 132
2011 Aantal bioscopen 138
2013 Aantal bioscopen 141
2015 Aantal nieuwe films 371
2005 Aantal nieuwe films 324
2007 Aantal nieuwe films 292
2009 Aantal nieuwe films 334
2011 Aantal nieuwe films 343
2013 Aantal nieuwe films 353
2015 Brutorecette bioscopen (mln €) 275.8
2005 Brutorecette bioscopen (mln €) 135.2
2007 Brutorecette bioscopen (mln €) 159.7
2009 Brutorecette bioscopen (mln €) 200.9
2011 Brutorecette bioscopen (mln €) 240
2013 Brutorecette bioscopen (mln €) 249.51

Sector:

Veel indicatoren over de filmsector laten een stijgende lijn zien, maar daarachter gaan verschillende ontwikkelingen in vraag en aanbod schuil. Digitalisering maakt dat de groeiende capaciteit in bioscopen en filmtheaters flexibel inzetbaar is, maar zorgt voor grote verschuivingen in de home-videomarkt. 

Trend 1: Groei in bioscopen en filmtheaters zet door

Dankzij de overstap naar digitale kopieën kunnen programmeurs eenvoudig verschillende films afwisselend vertonen in dezelfde zaal. Daarnaast is sinds de digitalisering het aanbod van bioscopen en filmtheaters uitgebreid met event cinema, waarbij bijvoorbeeld sportwedstrijden en theatervoorstellingen op het witte doek worden vertoond (Willemsen en Scholtens 2016). De beschikbare filmzalen zijn aldus meer flexibel inzetbaar, en ze groeien ook in aantal. In 2015 hebben leden van de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters (NVBF) in totaal maar liefst 817 doeken, ongeveer een derde meer dan in 2005. Het aantal stoelen is in die periode met een kwart toegenomen. De groei is goeddeels dankzij ver- en nieuwbouw van bioscopen, met soms heel grote complexen als resultaat. Het aantal multiplex bioscopen (met 8 of meer doeken) stijgt dan ook tussen 2013 en 2015 van 18 naar 23. Deze complexen nemen van het recordaantal verkochte bioscoopkaartjes in 2015 (33 miljoen) 40% voor hun rekening. Het bezoek is wel meer verspreid over het aanbod aan films dan in de jaren ’90; sindsdien is er een lichte daling in het aandeel in alle bezoeken van de twintig best verdienende films (Scholtens 2014).

Trend 2: Marktaandeel Nederlandse films fluctueert

De in omvang toenemende en qua programmering meer flexibele capaciteit in bioscopen en filmtheaters gaat gepaard met een groeiend aanbod aan nieuwe films. Van de 371 nieuw uitgebrachte films in 2015 is 16% een (co-)productie van eigen bodem (61 titels). Dat zijn er veel meer dan in 2005. Deze titels trekken ook relatief meer publiek; waar in 2005 13% van alle verkochte tickets voor een Nederlandse film was, is dit 18,8% in 2015. Dat percentage laat wel sterke fluctuaties zien in de tussenliggende periode, en dat continueert in 2016 – in dat jaar is het percentage 12,3. Het aandeel van Nederlandse films in de bruto bioscooprecette laat (logischerwijs) dezelfde trend zien.

Trend 3: Home video-markt verandert

Het aantal winkels waar dvd’s, cd’s en vinyl worden verkocht loopt drastisch terug in 2005-2015, met 80 procent. In diezelfde periode krimpt het aantal verkochte dvd’s en blu-rays met 68 procent. Maar intussen groeien inkomsten uit Video-on-demand (VOD) en Pay-per-view (PPV), van (naar schatting) 24 miljoen euro in 2010 tot 172 miljoen in 2015 (Nederlands Filmfonds 2012, 2016).[1] De precieze opbrengsten of het aantal gebruikers van VOD en PPV zijn echter onbekend (Nederlands Filmfonds 2017). Stichting Filmonderzoek schat dat 37% van de Nederlanders van 16 jaar en ouder films kijkt via abonnementsdiensten zoals Netflix (Timmer et al. 2017). Ongeveer een vijfde van de Nederlanders van 16 jaar en ouder bekijkt films (en series) illegaal; veel meer dan de 11% in 2005 (Timmer et al. 2017).

Literatuur

Nederlands Filmfonds (2012) Facts & Figures 2011. Amsterdam: Nederlands Filmfonds.

Nederlands Filmfonds (2016) Facts & Figures 2015. Amsterdam: Nederlands Filmfonds.

Nederlands Filmfonds (2017) Facts & Figures 2016. Amsterdam: Nederlands Filmfonds.

Scholtens (red.) (2014) Vervolgonderzoek Digitale Cinema Effecten van de digitalisering van het Nederlandse vertonings- en distributiecircuit. Amsterdam: Stichting Filmonderzoek.

Timmer, D., A. Willemsen en J. Scholtens (2017) Hoe kijkt Nederland thuis naar films? Een kwantitatief onderzoek naar de Nederlandse thuiskijken (leeftijd 16+). Amsterdam: Stichting Filmonderzoek.

Willemsen, A. en J. Scholtens (red.) (2016) Digitale cinema en de toekomst. Best practices in een veranderende sector. Amsterdam: Stichting Filmonderzoek. 

Noten

[1] Als we overeenkomstig andere hier besproken geldstromen de bedragen corrigeren voor prijsstijgingen sinds 2005, is er nog steeds sprake van een verzesvoudiging van deze geldstroom tussen 2010 en 2015. Ten behoeve van de trendanalyse zijn alle geldstromen in de Cultuurindex Nederland gecorrigeerd voor cumulatieve inflatie in de periode 2005-2015, op basis van de jaarmutaties van de consumentenprijsindex. De betreffende prijsstijgingen zijn te raadplegen via CBS Statline.

Bron beeld

NFF/Ramon Mangold.