Participatie

Cultuurparticipatie is in de afgelopen jaren gedaald. Dat komt door het teruglopend aantal kunstbeoefenaars en de dalende verkoop van cultuurproducten zoals boeken en cd’s. Maar betekent dit dat er minder mensen aan cultuur doen? Niet per se, het lijkt er vooral op dat cultuurparticipatie een andere vorm is gaan aannemen. Denk aan het leren bespelen van een instrument via instructiefilmpjes op YouTube in plaats van op een muziekschool of het streamen van muziek in plaats van het aanschaffen van een cd. Ontwikkelingen die vooralsnog moeilijk in cijfers te vangen zijn. We kunnen drie trends onderscheiden.

Trend 1: Nieuwe vormen van cultuurconsumptie

Het indexcijfer van de kernindicator Consumptie is in de periode 2005-2015 fors gedaald, tot 48. Hoewel dat suggereert dat er steeds minder cultuur geconsumeerd wordt, is waarschijnlijk vooral de manier waarop dat gebeurt veranderd. Zo zijn weliswaar de verkoopcijfers van albums dramatisch gedaald, maar nam het gebruik van streamingdiensten zeer sterk toe – volgens cijfers van branchevereniging NVPI genereerden streamingdiensten als Spotify en Apple Music in 2017 al 65% van de totale omzet op de Nederlandse muziekmarkt. Op een vergelijkbare wijze stortte de verkoop van dvd’s en blu-rays in, maar verwierf streamingdienst Netflix in slechts vier jaar tijd circa 2,3 miljoen abonnees in Nederland.

Trend 2: Minder tijd voor cultuur?

Mede als gevolg van digitalisering zijn er veel nieuwe (online) vormen van tijdsbesteding bijgekomen, die concurreren met traditionelere manieren om vrije tijd in te vullen. Een gevolg hiervan is dat de amateurkunstdeelname is gedaald: steeds minder mensen geven aan (vrije) tijd te besteden aan bijvoorbeeld zingen, toneel, handenarbeid of het bespelen van een muziekinstrument. Ook daalt het aantal mensen dat lid is van een muziek-, zang- of toneelvereniging in 2015 voor het derde peiljaar op rij. Daar staat wel tegenover dat meer mensen tijd besteden aan vrijwilligerswerk binnen de cultuursector: zowel het aantal vrijwilligers binnen de podiumkunstensector als het aantal door vrijwilligers ingevulde fte’s in de museumsector verdubbelde tussen 2005 en 2015 – al is voor de beoordeling van deze ontwikkeling vooral de vraag in hoeverre dit niet een gevolg is van bezuinigingen in de cultuursector.

Trend 3: Bezoek neemt toe

Het gemiddelde indexcijfer van de kernindicator Bezoek is in 2015 gestegen ten opzichte van 2013, en ligt nu ruim twee indexpunten boven het niveau van basisjaar 2005. Vooral de museumsector en de filmsector tonen groeiende bezoekersaantallen: zowel het aantal museumbezoeken als het aantal bioscoopbezoeken steeg tussen 2005 en 2015 met 60%. Het totale bezoek aan voorstellingen binnen de podiumkunstensector blijft redelijk op peil, al hebben de canonieke genres en de vrije sector het relatief moeilijk. Dat laatste geldt ook voor de bibliotheken, waar weliswaar de daling in het aantal leden beperkt bleef door een toename van jeugdleden, maar het aantal uitleningen drastisch afnam.

Over de pijler Participatie

Waar de pijler Capaciteit de aanbodzijde van de cultuursector betreft, bestrijkt de pijler Participatie de vraagzijde. De vier kernindicatoren van de pijler bevatten cijfers over het bezoek aan culturele instellingen of voorstellingen, de deelname aan amateurkunst, de consumptie van cultuurgoederen en het draagvlak voor kunst en cultuur.

Kernindicatoren Participatie

  1. Bezoek
  2. Beoefening
  3. Consumptie cultuurgoederen
  4. Draagvlak