Filmfestivalfeiten 2017: overeenkomsten en verschillen in het aanbod

Filmfestivals (Bron beeld: Pixabay/geralt)
donderdag, 19 april 2018

Met popcorn in de buurt, het licht gedimd, onderuitgezakt in het rode pluche je één of meerdere dagen overgeven aan een zorgvuldig uitgekozen selectie films: het kon in 2017 tijdens een van de 123 georganiseerde filmfestivals. Het onlangs verschenen eerste deel van de Festival Atlas 2017 geeft inzicht in de karakteristieken van dit soort festivals, en maakt voor het eerst ook vergelijkingen door de tijd mogelijk. In deze samenvatting zetten we een selectie uit deze nieuwe cijfers op een rij.

In heel Nederland vonden in 2017 123 filmfestivals plaats. Sommigen daarvan werden meer dan eens georganiseerd, waardoor het totale aantal festivals op 151 uitkwam. Dit bedraagt een afname ten opzichte van 2016, toen er 131 festivals (-6 procent) met 187 edities (-20 procent) plaatsvonden.[1] Deels kan deze daling verklaard worden door festivals die in 2017 een jaar oversloegen of in 2016 eenmalig georganiseerd werden. Dit laatste gold bijvoorbeeld voor de tien edities van het festival Cinema al Giro, dat in 2016 werd georganiseerd rondom de start van de Giro d’Italia in Nederland.

Qua organisatievorm vertonen de onderzochte festivals grote overeenkomsten. De meeste festivals zijn meerdaags (74 procent), worden eenmaal per jaar georganiseerd (84 procent) en bestaan tien jaar of korter (70 procent). Voor vrijwel alle festivals moet bovendien betaald worden: slechts 8 procent van de filmfestivals kan gratis bezocht worden. Noord- en Zuid-Holland hebben de meeste festivals (samen 62 procent), en het merendeel van de festivals vindt plaats in het voor- en najaar – de maanden april en oktober waren gezamenlijk goed voor 37 procent van alle festivals. In de zomermaanden worden relatief weinig festivals georganiseerd – al hoeft dat niet te verbazen gezien het feit dat 91 procent van de filmfestivals binnen plaatsvindt.

In de programmering van filmfestivals zijn daarentegen aanzienlijke verschillen zichtbaar. Er wordt bijvoorbeeld gekozen om alleen films uit een bepaald land of bepaalde regio te vertonen (dit was het geval bij 30 festivals in 2017), of het filmfestival richt zich op een bepaald onderwerp of een bepaald genre. Figuur 1 toont een uitsplitsing van filmfestivals naar deze onderwerpen en genres.

Aantal filmfestivals naar thema (Bron: Van Vliet 2018)

Figuur 1 - Aantal in 2017 georganiseerde filmfestivals naar thema (Van Vliet 2018, p. 24)

Ook in de opzet vertonen de festivals grote diversiteit. Zo vertoont 11 procent van de festivals drie tot vijf films, terwijl er in 9 procent van de festivals meer dan 100 films geprogrammeerd zijn. Een deel van de festivals kent bovendien randprogrammering, maar de invulling hiervan verschilt: vooral discussiepanels komen vaak voor (33 procent), net als muziek (30 procent), masterclasses of workshops (26 procent) en lezingen (23 procent).

Het grote en diverse aanbod aan festivals en festivalvormen past binnen de festivalhausse die in de hele cultuursector zichtbaar is. Zo waren er volgens de voorgaande editie van de Festival Atlas naast de genoemde filmfestivals in 2016 1.070 muziekfestivals (1.138 edities) en 100 kunstfestivals (102 edities) (Van Vliet 2017a, p. 65; Van Vliet 2017b, p. 5). Festivals zijn in de afgelopen jaren dan ook een steeds belangrijke vorm van culturele consumptie geworden (zie ook Van Aart et al. 2017, p. 31-32).

Noten

[1] In de oorspronkelijke uitgaven van de Festival Atlas 2016 was sprake van 117 festivals met 174 edities (Van Vliet 2017a, p. 13).

Besproken publicatie

Aanvullende literatuur

Bron beeld

Pixabay/geralt

Trefwoorden: