Cultuur in Maastricht. Een rijk aanbod in gebruik.

vrijdag, 27 juli 2018

Met onder meer de TEFAF, de Vrijthofconcerten van André Rieu, het Bonnefantenmuseum en de Nederlandse Dansdagen wist Maastricht afgelopen voorjaar de tweede plaats te veroveren als het gaat om de omvang van het cultureel aanbod in de 50 grootste steden van Nederland (Marlet et al. 2018). [1] Onderzoek van Tout Maastricht maakt inzichtelijk hoe de bewoners van deze stad gebruik maken van dit aanbod en hoe ze het waarderen.

Onderzoek naar cultuurbeoefening, -bezoek en -waardering in Maastricht 2017 is het resultaat van een onderzoek dat werd uitgevoerd door Tout Maastricht in samenwerking met de Universiteit Maastricht. De resultaten berusten op 2.085 vragenlijsten die werden ingevuld door Maastrichtenaren van 6 jaar en ouder, en werden verwerkt door onderzoeksbureau Research 2Evolve. Een van de beoogde doelen van de beschikbaar gekomen data is dat hiermee kwalitatief vervolgonderzoek kan worden gedaan. De Universiteit Maastricht voegde in de publicatie al een eerste analyse van de gegevens in waarvan enkele resultaten hieronder worden uitgelicht.

In het onderzoek is gevraagd naar redenen om al dan niet aan cultuurbeoefening te doen. De onderzoekers wijzen er daarbij op dat de motieven voor actieve cultuurbeoefening en sportbeoefening in Maastricht op elkaar lijken. Bij beide vormen van vrijetijdsbesteding spelen vooral motieven die gaan over plezier en sociale contacten een grote rol en zijn het dus niet in de eerste plaats culturele of artistieke motieven die de Maastrichtenaren ertoe bewegen om cultuur te beoefenen. Dat wil overigens niet zeggen dat op elkaar lijkende motieven ook zorgen voor een tijdsbesteding die op elkaar lijkt; het SCP toonde aan dat sportbeoefening veel vaker deel uit maakt van de wekelijkse vrijetijdsbesteding dan cultuurbeoefening (Tiessen-Raaphorst et al. 2016). Als cultuurbeoefening uitbleef, werd dit het meest veroorzaakt door een gebrek aan tijd (33 procent) en interesse (32 procent). De eerste reden werd daarbij veel vaker genoemd door mensen met een hoge opleiding en hoog inkomen.

Ook bij het cultuurbezoek speelt opleidingsniveau een rol. Hoger opgeleide – en vaak ook oudere – Maastrichtenaren bezoeken vaker klassieke vormen van cultuur. Andersom is het niet zo dat diegenen met een lagere opleiding zich in grotere getalen tot de meer populaire cultuur wenden en de hoger opgeleiden daar wegblijven: ‘er zijn [in Maastricht] nauwelijks instellingen en evenementen waar lageropgeleiden als cultuurbezoekers domineren’ (Tout Maastricht 2018, p80). Bovendien is er een groot verschil te zien in de waarde die de respondenten voor zichzelf als persoon toekennen aan cultuur. Van diegenen die lager beroepsonderwijs als hoogst genoten opleiding hebben, vindt 27 procent cultuur voor zichzelf (heel) belangrijk terwijl dit percentage bij respondenten met een WO-opleiding op 84 procent ligt.

Verder blijkt uit het onderzoek dat het culturele aanbod waarmee Maastricht als stad goed bleek voor een tweede plaats in de Nederlandse top-50, gemiddeld wordt gewaardeerd met een 7,1. Hierbij zijn het vooral de 65+ers en inwoners tussen de 20 en 34 die het aanbod hoog hebben zitten. Kinderen tussen de 6 en 12 blijken het minst op te hebben met het aanbod in de stad, ze waarderen het met een 6,7.

De onderzoeksresultaten en eerste bevindingen van de onderzoekers zijn ook online te vinden. Het is daarbij goed om te constateren dat er momenteel in meerdere regio’s in Nederland min of meer vergelijkbare onderzoeken lopen, zie onder meer het onderzoeksrapport Waarde van cultuur. De staat van de culturele sector in Noord-Brabant. Dit is met name waardevol als er tussen de verschillende onderzoeken in die mate afstemming plaatsvindt, dat regionale vergelijkbaarheid goed mogelijk wordt.

Noten

[1] Lees meer over de eerste resultaten van de Regionale Cultuurindex in dit artikel.

Besproken publicatie

Aanvullende literatuur

Bron beeld

Pixabay: turkish414