Overheidsuitgaven

Rijksoverheid, gemeenten en provincies spelen in Nederland een belangrijke rol in de subsidiëring van cultuur. De kernindicator subsidies en overheidsbijdragen laat ontwikkelingen in deze geldstromen zien.

In de periode 2005-2009 namen de overheidsbijdragen toe. [1] Maar tussen 2009 en 2015 krimpen deze bijdragen weer. De bijdragen zijn in 2015 6% lager dan in 2005 en blijven daarmee gelijk aan 2013.

Naast uitgaven aan cultuur van gemeenten, provincies en rijksoverheid, doet de overheid ook financiële bijdragen aan de kunst- en cultuursector via directe en indirecte belastinguitgaven. Hierbij zijn het de overheidsuitgaven die vanaf 2009 een dalende trend laten zien en in 2015 7% onder de waarde van 2005 uitkomen. [2] De directe belastinguitgaven aan cultuur kenden in 2013 een dieptepunt, maar tonen in 2015 weer wat herstel. De meest stabiele indicator in deze kernindicator bestaat uit de indirecte belastinguitgaven aan cultuur. Hierin is in 2011 een lage waarde te zien, maar deze is in zowel 2013 als 2015 teruggekomen op ongeveer het niveau van 2005.

Noten

[1] Alle cijferreeksen onder de pijler geldstromen zijn gecorrigeerd voor inflatie. Groei in de index is dus reële groei, en niet het gevolg van geldontwaarding.

[2] Gegevens over de overheidsuitgaven worden door het CBS niet meer op dezelfde manier verzameld als bij de vorige edities van de Cultuurindex Nederland. Er is daarom met terugwerkende kracht overgestapt op de gegevens over overheidsuitgaven in de COFOG overheidsfunctie 8.2 (cultuur) zoals te vinden bij het CBS. Hierdoor wijken de cijfers af van voorgaande edities.