Inkomsten (excl. overheidsbijdragen)

De vijftien indicatoren binnen de kernindicator Inkomsten laten in 2015 samen bijna 3 miljard euro aan eigen inkomsten zien. Wanneer dit voor inflatie gecorrigeerd wordt, dan blijkt er in 2015 voor het eerst sinds 2007 weer financiële groei te zijn in de cultuursector. Daarmee lijkt de sector de economische crisis – waarin de gezamenlijke eigen inkomsten sterk terugliepen – langzaam achter zich te laten.

De verschillende sectoren die in de kernindicator zijn vertegenwoordigd laten onderling zeer grote verschillen zien. Spectaculair gestegen zijn bijvoorbeeld de exportwaarde van de Nederlandse muziek en de eigen inkomsten van musea. Ook de brutorecette van bioscopen, de inkomsten verdiend uit auteursrecht op beeldmateriaal en de eigen inkomsten van VNPF-poppodia laten over de gehele periode 2005-2015 een stabiele groei zien.

Andere cijfers vertonen duidelijker sporen van de crisis. De (voor inflatie gecorrigeerde) eigen inkomsten van de VSCD-theaters en van bibliotheken, de inkomsten uit auteursrecht op tekst, de boekomzet en de giften aan cultuur door fondsen, bedrijven en huishoudens dalen alle vanaf 2007 of 2009. Een aantal van deze indicatoren laat echter in 2015 weer groei zien. Ook voor de omzet op de muziekmarkt, de exportwaarde van kunstvoorwerpen en de inkomsten uit auteursrecht op muziek was 2015 een (relatief) goed jaar.

De indicatoren over de sector beeldende kunsten laten het somberste beeld zien. Het totale bedrag dat kunstkopers via de Kunstkoopregeling van het Mondriaanfonds aan kunst spenderen bedraagt in 2015 nog maar ongeveer een derde van het bedrag in 2005. Ook een nieuwe indicator over kunst in bedrijfscollecties vertoont een duidelijke daling: het totale aankoopbedrag dat met deze collecties gemoeid is, halveerde bijna tussen 2005 en 2015.

N.B. Alle cijferreeksen onder de pijler Geldstromen zijn gecorrigeerd voor inflatie. Groei in de index is dus reële groei, en niet het gevolg van geldontwaarding.