Concurrentie nationaal

Vrijwilligerswerk doen bij het plaatselijke theater of toch bij de atletiekvereniging? Geld investeren in een muziekschool of in een buurthuis? Een bachelor cultureel erfgoed volgen of misschien eerder werktuigbouwkunde? Op nationale schaal concurreert cultuur met andere sectoren voor geld, tijd en middelen. De kernindicator Concurrentie nationaal brengt met tien indicatoren in kaart hoe het de culturele sector hierin vergaat.

Op het oog doet de cultuursector het erg goed ten opzichte van andere sectoren: het gemiddelde indexcijfer van deze indicator steeg elk peiljaar, tussen 2005 en 2015 met bijna 35 indexpunten. Deze groei wordt echter vooral veroorzaakt door het aandeel van muziek in de totale export. Het succes van met name Nederlandse dj’s en dance-artiesten zorgde ervoor dat het indexcijfer van deze indicator bijna verviervoudigde sinds 2005. Zonder deze indicator is het gemiddelde indexcijfer van de kernindicator in 2015 nog altijd hoger dan in 2005, maar gaat het om een verschil van ‘slechts’ 8 indexpunten. Ook blijkt het gemiddelde dan in de periode 2007-2013 niet ze zijn gestegen, maar te zijn gedaald.

Vooral de indicatoren over de arbeidsmarkt zijn tussen 2005 en 2015 flink gestegen: de werkgelegenheid groeide binnen de deelsectoren Kunsten en cultureel erfgoed, Creatieve zakelijke dienstverlening en (in iets mindere mate) Media en entertainment. Vrijwilligerswerk in de cultuursector kreeg een groter aandeel in al het vrijwilligerswerk. Kunstopleidingen kregen een iets groter aandeel in het aantal afgestudeerden van hbo-opleidingen. Geheel positief hoeven al deze trends overigens niet te zijn: waarschijnlijk was er vooral groei in het aantal zzp’ers en parttime banen. Ook een toename van het aantal vrijwilligers moet in het licht van bezuinigingen enigszins kritisch bekeken worden.

De concurrentie op het gebied van geld toont een negatiever verloop. Weliswaar steeg over de gehele periode 2005-2015 bezien het aandeel van cultuur in alle giften van huishoudens, fondsen, bedrijven en kansspelen, maar vanuit de overheid werd gemiddeld genomen een steeds kleiner deel van het beschikbare budget via (in)directe belastinguitgaven en andere overheidsuitgaven besteed aan cultuur.

Het grilligste verloop kende het aandeel van kunstvoorwerpen in de totale export, waarvan het indexcijfer zowel een flinke uitschieter omhoog in 2007 kende, als een uitschieter omlaag in 2009. In 2015 is in het indexcijfer bijna 20 punten lager dan in 2005