Concurrentie internationaal

Cultuur houdt niet op bij de grens. Nederlandse kunstenaars exposeren in buitenlandse musea, buitenlandse films draaien in Nederlandse bioscopen en in de boekhandel liggen Nederlandse en buitenlandse boeken soms naast elkaar. De kernindicator Concurrentie internationaal inventariseert de concurrentiekracht van de Nederlandse cultuursector in de internationale markt.

Zeven indicatoren laten zien dat het op internationaal niveau goed gaat met de Nederlandse culturele sector, waardoor het gemiddelde indexcijfer van deze indicator groeit van 112 in 2013 naar 115 in 2015. Deze groei komt vooral op rekening van de film- en muzieksector. Nederlandse films doen het goed, zowel in het aanbod van nieuwe films, als in de bruto recette van bioscopen. In het aanbod van fysieke albums en singles is het aandeel van Nederlandstalige muziek gestegen. Het aandeel dat Nederlandse muziekmuzikanten ontvangen van de door Buma/Stemra en Sena geïnde inkomsten uit auteursrechten handhaaft zich op een vrijwel constant niveau van 73%.

In de sector beeldende kunst is de gemiddelde ranking van Nederlandse kunstenaars onder de top 1000 meest geëxposeerde kunstenaars licht gestegen in de periode 2005-2015, al werd de hoogste gemiddelde ranking reeds in 2007 behaald. Het aandeel van Nederlandse galeries op buitenlandse topbeurzen is daarentegen met circa 25% gedaald in deze periode. Mogelijk komt dit doordat er steeds minder galeries zijn, en zij door afnemende inkomsten wellicht financiële slagkracht missen om mee te doen aan topbeurzen.

In het boekenaanbod hebben Nederlandse boeken een vrij constant aandeel van circa 30%. Het (bijna driemaal zo grote) aandeel van Nederlandse boeken in de omzet is de laatste jaren evenwel licht gedaald.