Bezoek

In de kernindicator Bezoek brengen acht indicatoren het bezoek aan culturele instellingen en diensten in beeld. Over de periode 2005-2015 laten deze indicatoren gemiddeld een langzame groei zien. De onderliggende indicatoren vertonen echter grote verschillen.

De bezoekcijfers van zowel de filmsector als de museumsector zijn met 60% gestegen tussen 2005 en 2015. Voor de filmsector komt deze groei voornamelijk door een flinke uitbreiding van de capaciteit en het filmaanbod. Musea profiteren van een groeiend aantal buitenlandse bezoekers en bezitters van een Museumkaart, al komt de groei vooral ten gunste van de grote musea.

In de boekensector vervullen bibliotheken steeds minder de traditionele uitleenfunctie. Het aantal leden daalt, hoewel de sterke daling van het aantal volwassen leden enigszins gecompenseerd wordt door een toenemend aantal jeugdleden. Daarbij lenen de leden steeds minder: waar het aantal leden in de periode 2005-2015 afnam met circa 6%, daalde het aantal uitleningen met 41%.

De podiumkunsten houden zich qua bezoek redelijk goed staande. Het aantal bezoeken aan voorstellingen is na enkele jaren van krimp weer toegenomen in de periode 2013-2015. In 2015 zit het aantal bezoeken daarmee 1,5% onder het niveau van 2005. Het aantal bezoeken in de vrije sector is in dezelfde periode veel sterker afgenomen, al zijn de cijfers over 2015 door een afwijkende respons van instellingen mogelijk niet geheel vergelijkbaar met die van 2013.