Beoefening

Zes indicatoren brengen binnen de kernindicator Beoefening deze vorm van cultuurparticipatie in beeld. Na een kleine toename tussen 2005 en 2007, is er een dalende trend te zien. Belangrijke factoren in de veranderende kunstbeoefening zijn ontwikkelingen in cultuureducatie en in (digitale) vrijetijdsbesteding.

Het aantal leerlingen en cursisten bij centra voor de kunsten is in 2015 44 procent lager dan in 2005. De krimp is niet verrassend, aangezien de betreffende, bij Cultuurconnectie aangesloten centra voor de kunsten ook in aantal zijn gedaald. Door de jaren heen ziet Cultuurconnectie fusies, maar ook sluitingen onder haar leden, waardoor dit deel van het aanbod in cultuureducatie krimpt.

Een dalende trend is verder zichtbaar bij het percentage van de Nederlanders dat lid is van een muziek-, zang- of toneelvereniging. Dit bereik schommelt tussen de 8 en 10 procent in de periode 2005-2015, waarbij er sinds 2011 een daling te zien is. Een daling is eveneens zichtbaar in het deel van de Nederlanders dat tijd besteedt aan creatieve hobby’s zoals toneel, musical en ballet, schilderen en tekenen, en het bespelen van een muziekinstrument, maar in alle gevallen stagneert die daling wel in 2013-2015. In die periode zijn er zelfs iets meer mensen tijd besteden aan zingen, een zangkoor of een zanggroepje. [1]

Twee factoren zijn in bovengenoemde ontwikkelingen van belang. In de eerste plaats verandert de wijze waarop Nederlanders de vrije tijd besteden. Nader onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat men ook minder aan sport is gaan doen. Er is minder tijd voor kunst- en sportbeoefening, waar er juist meer tijd wordt besteed aan bijvoorbeeld tv kijken en aan het gebruik van internet (Vinken en IJdens 2015).

Daarnaast wordt creatief talent op nieuwe manieren uitgeoefend en opgeleid,  maar over de mate waarin van dit nieuwe cultuureducatieaanbod gebruik wordt gemaakt, zijn nog maar weinig cijfers beschikbaar (CBS en Cultuurconnectie 2016).

Noten

[1]  Voor de indicatoren over tijdsbesteding aan toneel, musical en ballet, schilderen en tekenen, het bespelen van een muziekinstrument en zingen zijn cijfers helaas pas vanaf 2007 beschikbaar. In plaats van 2005 is 2007 dan ook het basisjaar voor de indexering van deze indicatoren. Het indexcijfer van dat basisjaar (per definitie 100) telt niet mee voor het berekenen van het gemiddelde indexcijfer van de kernindicator.

Literatuur

Centraal Bureau voor de Statistiek en Cultuurconnectie (2016) Pilot Aanbod kunst- en cultuureducatie 2015. Herstart van de statistiek Kunstzinnige vorming : met medewerking van Cultuurconnectie. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek. 

Vinken, H. en T. IJdens (2015) De slag om vrije tijd. Utrecht: Landelijk Kenniscentrum voor Amateurkunst en Cultuureducatie.