Arbeidsmarkt

De kernindicator Arbeidsmarkt bundelt cijfers over de werkgelegenheid in de creatieve sector, over het aantal afgestudeerden in het kunstvakonderwijs en over de aansluiting die zij vinden op de culturele arbeidsmarkt.

Alle indicatoren binnen de kernindicator stegen in de periode 2005-2015, waardoor het gemiddelde indexcijfer van de kernindicator steeg tot 119. De grootste groei zat in de werkgelegenheid in de sector kunsten en cultureel erfgoed en de werkgelegenheid in de sector creatieve zakelijke dienstverlening. Het aantal banen in deze sectoren steeg met respectievelijk 41% en 31%. De groei van de werkgelegenheid in de sector media en entertainment bleef met 7% hierbij aanzienlijk achter.

Ook de kunstvakopleidingen laten mooie cijfers zien. Het aantal afgestudeerden schommelt van peiljaar tot peiljaar, maar laat over de hele periode 2005-2015 wel groei zien. In 2015 is bovendien 91% van de werkende afgestudeerden binnen anderhalf jaar werkzaam in de culturele sector. Dit is het hoogste percentage in de periode 2005-2015, al schommelt dit percentage in de andere jaren ook zeer constant rond de 89%.

Toch kunnen de gestegen indexcijfers niet allemaal zondermeer positief geëvalueerd worden. Zo is het aantal afgestudeerden van het hbo-kunstonderwijs wel gestegen, maar ligt op basis van dalende inschrijfcijfers in de periode 2010-2015 een dalend aantal afgestudeerden voor de komende jaren ook in de lijn der verwachting.

Aanvullende cijfers over de culturele arbeidsmarkt laten bovendien zien dat er weliswaar meer banen zijn, maar dat ook de aard van die banen veranderd is. Het werkveld in de creatieve industrie is bijvoorbeeld flink versnipperd doordat vooral het aantal zzp’ers is toegenomen: waar het aantal banen tussen 2005 en 2015 met circa 25% is gestegen, steeg het aantal bedrijfsvestigingen met bijna 113%. Daarentegen steeg de productie in deze periode met ‘slechts’ 2%. Het verdienvermogen van de sector is daarmee gedaald, ofwel doordat er meer parttime gewerkt wordt, ofwel doordat de behaalde omzet door meer mensen gedeeld moet worden. Deze trend zet door tot 2013, waarna het verdienvermogen weer heel langzaam begint te stijgen.