Tijdsbesteding: zingen, zangkoor, zanggroepje

In 2015 besteedt een relatief kleiner deel van de Nederlandse bevolking tijd aan zingen of deelname aan een zangkoor of -groepje dan in 2007: naar schatting is dit 7,9%, tegenover 9,4% in 2015. Het percentage is echter in 2013-2015 iets toegenomen. Deze voorzichtig positieve ontwikkeling staat in contrast met  andere indicatoren over kunstbeoefening, die een langzame maar gestage daling laten zien (zie ook de kernindicator Beoefening).  

Die krimp in percentage beoefenaars is niet uniek voor creatieve en kunstzinnige hobby’s; ook het percentage beoefenaars van niet-culturele hobby’s daalde na 2007. Gegevens over vrijetijdsbesteding in het LISS-panel laten zien dat er minder tijd is voor kunst- en sportbeoefening, waar er juist meer tijd wordt besteed aan bijvoorbeeld tv kijken en aan het gebruik van internet (Vinken en IJdens 2015).

Bron: 

Langlopende Internetstudie voor Sociale Wetenschappen (LISS panel). Het panel bestaat uit 5000 huishoudens en 8000 personen van 16 jaar en ouder, en is gebaseerd op een steekproef van huishoudens, getrokken door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het wordt uitgevoerd door CentERdata, een stichting voor onderzoek en gegevensverzameling, verbonden aan Tilburg University. Door het ontbreken van gegevens voor jaar 2005, begint de index bij deze indicator op jaar 2007.

Vinken, H. en T. IJdens (2015) De slag om vrije tijd. Utrecht: Landelijk Kenniscentrum voor Amateurkunst en Cultuureducatie.