Indirecte belastinguitgaven cultuur

In de periode 2005-2015 blijven de indirecte belastinguitgaven aan cultuur redelijk stabiel. Een toename vindt vooral plaats tussen 2005 en 2007 terwijl in 2011 een daling te zien. In 2013 komt de indicator weer ongeveer op het niveau van 2005, en blijft daar in 2015.

De rijksoverheid steunt de kunst- en cultuursector met uitgaven en directe en indirecte belastinguitgaven. Onder indirecte belastinguitgaven valt bijvoorbeeld het verlaagde BTW-tarief van 6%*. Terwijl voor veel producten en diensten een BTW-tarief van 21% geldt, is het lagere tarief (voorlopig) van toepassing op bijvoorbeeld concert- en festivaltickets, boeken, kaartjes voor museums en bioscopen, en dagbladen.

Dat deze indicator als enige in de kernindicator een positief saldo behoudt kan onder andere worden verklaard door het toenemende aantal bioscoopbezoeken en museumbezoeken. Ook festivals trekken heel veel bezoekers (zie: Hodes & Jenniskens 2015), en verkopen dus veel tickets tegen het verlaagde tarief. 

* Op het moment van schrijven overweegt kabinet Rutte III dit lagere tarief te verhogen tot 9%.

Bron: 

Rijksbegroting (hoofdstuk5), bewerkt door Sigrid Hemels en Henk Vinken.