Eigen inkomsten musea

De eigen inkomsten van musea zijn – zelfs na inflatiecorrectie – in de periode 2005-2015 met een indrukwekkende 136% gegroeid. Deels komt dit doordat in dezelfde tijdspanne ook het aantal bezoekers met 60% steeg: hierdoor namen niet alleen de entreegelden toe, maar ook het bedrag dat gespendeerd werd in museumwinkels en –horeca. Verder is de totale vergoeding die Stichting Museumkaart uitkeert aan aangesloten musea gestegen, en vergaren musea steeds meer inkomsten uit bijvoorbeeld de verhuur van ruimtes, het organiseren van evenementen en bruikleenverkeer.

Bron: 

CBS Statline. Per 2015 hanteren het Centraal Bureau voor de Statistiek, de Museumvereniging en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gezamenlijk een nieuwe museumdefinitie. Daardoor is de onderzoekspopulatie voor de museumpopulatie herijkt. Museumcijfers over 2015 zijn daarmee (mogelijk) niet goed vergelijkbaar met die over eerdere jaren.