Aantal leerlingen centra voor de kunsten

Het aantal leerlingen en cursisten bij centra voor de kunsten die bij Cultuurconnectie zijn aangesloten, is drastisch gedaald. Het ledenbestand is in de periode 2005-2015 bijna gehalveerd. De daling is in lijn met een soortgelijke, maar relatief iets kleinere afname in het aantal centra voor de kunsten dat bij Cultuurconnectie is aangesloten.

Centra voor de kunsten hebben samen met muziekscholen en creativiteitscentra, een relatief klein bereik onder alle kunstzinnige en creatieve beoefenaars (6+) die wel eens een les/cursus/workshop volgen, namelijk (naar schatting) 15 procent. Dat blijkt uit de Monitor Amateurkunst (NMAK, zie IJdens 2015). Veel mensen worden onderwezen door bijvoorbeeld zelfstandig werkende docenten, of bij dansscholen en verenigingen.

Kunstzinnige en creatieve hobby’s worden ook veel thuis beoefend en geoefend, onder andere met hulp van digitale middelen (zie IJdens 2015). 

Bron: 

Centra voor de kunsten, aangesloten bij Cultuurconnectie, de brancheorganisatie voor culturele instellingen en cultureel ondernemers die professionele kunsteducatie bieden, amateurkunstbeoefening mogelijk maken en/of kunstparticipatie bevorderen.

IJdens, T. (2015) Kunstzinnig en creatief in de vrije tijd: Monitor Amateurkunst 2015. Utrecht: Landelijk Kenniscentrum voor Amateurkunst en Cultuureducatie.