Aandeel (in)directe belastinguitgaven aan cultuur in totale belastinguitgaven

De (directe en indirecte) belastinguitgaven van de Rijksoverheid aan cultuur groeiden samen tussen 2005 en 2009, waarna een dieptepunt volgde in 2011. Daarna steeg het bedrag weer. Als er voor inflatie gecorrigeerd wordt, liggen de belastinguitgaven in 2015 echter onder het niveau van 2005.

Het aandeel van belastinguitgaven aan cultuur op de totale belastinguitgaven volgde ongeveer hetzelfde patroon, al zette de daling hier al in na 2007. In 2015 bedraagt het aandeel 4,97%, waar het in 2005 om 7,29% van de belastinguitgaven ging.

Deze daling komt vooral op rekening van de directe belastinguitgaven. Hierbij zijn in de periode 2005-2015 enkele regelingen weggevallen, zoals de monumentenvrijstelling. Daarentegen is in 2012 de Geefwet geïntroduceerd, die giften aan cultuur probeert te stimuleren door ze verhoogd aftrekbaar te maken voor de belasting. Een eerdere verwachting dat dit tot een toename van de directe belastinguitgaven aan cultuur zou kunnen leiden is uitgekomen, al is onbekend hoe groot de invloed van de Geefwet daarin precies was.

Bron: 

Rijksbegroting, bewerkt door Sigrid Hemels en Henk Vinken.