Nieuwe dataset: bioscoopgeschiedenis in cijfers (1946-2017)

Drukte voor de film Turks Fruit (Bron: Bert Verhoeff, Nationaal Archief/Anefo)
19 september 2018

Hoe ontwikkelde het bioscoopbezoek zich in Nederland? Hoeveel bioscopen zijn er verdwenen of juist bijgebouwd? In welk jaar waren de meeste nieuwe films in de bioscoop te zien? Voor wie een antwoord zoekt op dit soort vragen, bestaan er verschillende overzichten met historische bioscoopstatistieken. De Cultuurindex Nederland voegt hieraan een nieuwe dataset toe. In dit begeleidende artikel gaan we nader in op de meerwaarde daarvan.

Bestand Download hier de dataset Bioscoopgeschiedenis in cijfers (1946-2017) als Excel-bestand

De jaarverslagen van de Nederlandse bioscoopbranche zijn een waardevolle bron van cultuurstatistieken. Ze bevatten een grote hoeveelheid uniform verzamelde cijfers, en zijn voor vrijwel elk jaar vanaf 1918 in hun geheel online in te zien. [1] Er bestaan dan ook al verschillende overzichten waarin die cijfers verzameld zijn – de meest recente grafieken verschenen onlangs in het jubileumboek 100 jaar branchevereniging van bioscopen in Nederland. In onderstaande tabel zijn vier overzichten van historische bioscoopcijfers opgesomd, met daarbij de cijfers die in elke verzameling aanwezig zijn.

Vier overzichten van historische bioscoopcijfers

Tabel 1 - Vier overzichten van historische bioscoopcijfers. Zie voor de volledige bronvermelding van Van Taalingen 1978, Dibbets 1986 en Schiweck 2002 de literatuurlijst onderaan dit artikel.

Enkele verschillen tussen de overzichten springen direct in het oog. In presentatievorm (tabellen en grafieken), maar vooral ook in de gepresenteerde data: met uitzondering van de CBS-tabel bevat elke dataverzameling minstens één indicator die in de andere overzichten niet voorkomt. Geen van deze dataverzamelingen is dan ook volledig – de statistieken in 100 jaar branchevereniging van bioscopen in Nederland komen daar evenwel het dichtst bij in de buurt.

Het doel van de nieuwe dataset die we samenstelden, was dan ook om tot een zo volledig mogelijke dataverzameling te komen, met een grote hoeveelheid relevante indicatoren in zowel tabel- als in grafiekvorm, naast een uitgebreide methodologische verantwoording. In eerdere overzichten van historische bioscoopcijfers zijn toelichtingen – mogelijk om praktische redenen – namelijk veelal (zeer) beknopt. Bij het verzamelen van de data liepen we echter tegen verschillende problemen aan waarbij een uitgebreide toelichting ons waardevol en interessant leek voor toekomstig onderzoek. In het onderstaande gaan we daarom nader op deze moeilijkheden in.

Trendbreuken dwingen tot keuzes

Hoewel in de jaarverslagen van de bioscoopbranche zoals gezegd cijfers over een lange periode en op een vrij eenduidige manier worden verzameld en gepresenteerd, blijken er in de loop van de tijd toch de nodige trendbreuken en correcties op te treden. Dat is ook logisch: de bioscoopbranche is in een eeuw tijd flink veranderd, waardoor een jaarverslag in 2018 niet precies dezelfde gegevens kan bevatten als in 1918. Niettemin dwingen deze trendbreuken de dataverzamelaar tot talloze keuzes – kleine, maar ook meer ingrijpende. Enkele opvallende punten:

  • Soms presenteren twee jaarverslagen over hetzelfde jaar verschillende cijfers, bijvoorbeeld door een correctie of doordat een statistiek met terugwerkende kracht gewijzigd is. Neem je in zo’n geval het originele of het gewijzigde cijfer over? Wij kozen voor het laatste, vanuit de aanname dat het laatstgenoemde cijfer het meest zuiver is.
  • Omdat aanvankelijk vrijwel alle bioscopen slechts één doek hadden, was het aantal bioscopen en het aantal doeken nagenoeg gelijk. Tot het jaarverslag van 1998 is de bioscoopcapaciteit dan ook uitsluitend uitgedrukt in ‘aantal bioscopen’. Vanaf 1998 wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘bioscopen’ en ‘doeken’, waarbij duidelijk is dat de reeks over het aantal doeken getalsmatig moet aansluiten bij de voorgaande reeks over het aantal bioscopen. De vraag is vervolgens of je de reeks ‘aantal bioscopen’ tot 1998 en de reeks ‘aantal doeken’ vanaf dat jaar veilig kan samenvoegen. In onze nieuwe dataset hebben we dit wel gedaan.
  • In tabellen over het aantal bioscopen en het aantal bioscoopstoelen worden aanvankelijk de aantallen op 1 januari van elk jaar genoemd. Vanaf 1977 betreffen deze cijfers echter de aantallen op 31 december van het genoemde jaar. Voor een consistente statistiek moet de onderzoeker voor de gehele reeks één van beide opties kiezen. Wij hebben voor de situatie op 1 januari gekozen. [2]
  • Lang wordt in de jaarverslagen van de bioscoopbranche een onderscheid gemaakt tussen bezoekcijfers inclusief en exclusief reisbioscopen, waartussen het verschil kan oplopen tot bijna 10 procent. Vanaf 1985 worden bezoekcijfers nadrukkelijk en uitsluitend exclusief reisbioscopen gepresenteerd, maar tussen (in elk geval) 2006 en 2010 worden deze cijfers er toch weer bij opgeteld. Als onderzoeker kun je vervolgens ofwel voor alle jaren de totale beschikbare bezoekcijfers noemen (met als gevolg een trendbreuk bij 1985) ofwel zoveel mogelijk de bezoekcijfers exclusief reisbioscopen nemen (met dan een trendbreuk tussen 2006 en 2010). Ons leek de laatste optie de meest consistente.

Overzicht van het bioscoopbezoek inclusief en exclusief reisbioscopen tussen 1969 en 1978

Tabel 2 - Overzicht van het bioscoopbezoek inclusief en exclusief reisbioscopen tussen 1969 en 1978, overgenomen uit het jaarverslag over 1978, p. 34

  • Hoewel filmtheaters in Nederland al een lange geschiedenis hebben (zie ook Westra et al. 2018, p. 202-209), verschijnen er pas na het toetreden van de Associatie van Nederlandse Filmtheaters tot de Nederlandse Bond van Bioscoop- en Filmondernemingen in 1991 cijfers over filmtheaters in de jaarverslagen van de bioscoopbranche. Vanaf het jaarverslag over 1997 wordt benoemd dat in de totale bezoek- en recettecijfers het bezoek aan filmtheaters is inbegrepen. Het bezoek aan filmtheaters en aan bioscopen valt vanaf dat jaar ook uit te splitsen. Dat biedt de onderzoeker drie mogelijkheden: het totale filmbezoek inclusief filmtheaterbezoek presenteren, het bioscoopbezoek en het filmtheaterbezoek afzonderlijk presenteren, of enkel het bioscoopbezoek presenteren. Omdat de afgeleide indicatoren “Aandeel Nederlandse film in bezoek” en “Aandeel Nederlandse film in brutorecette” echter zijn gebaseerd op de totale bezoek- en recettecijfers, hebben we ervoor gekozen deze cijfers in de dataset op te nemen, en dus het totale bezoek inclusief filmtheaters te presenteren. Ter illustratie is evenwel in onderstaande tabel het aandeel van filmtheaters in de totale bezoek- en recettecijfers opgenomen.

Het aandeel van filmtheaters in het totale bioscoopbezoek en de totale brutorecette

Tabel 3 - Het aandeel van filmtheaters in het totale bioscoopbezoek en de totale brutorecette tussen 1997 en 2015, afkomstig uit de jaarverslagen over deze jaren. Vanaf 2004 zijn cijfers over alle filmtheaters opgenomen, vóór dat jaar ontbreekt een deel van de filmtheaters in de statistieken.

  • Waar in latere jaarverslagen gemakkelijk het aantal Nederlandse producties uit de kerncijfers is te halen, is dit cijfer in vroege jaarverslagen te vinden in de lopende tekst. Daarbij worden zogenoemde hoofdfilms en jeugdfilms apart genoemd. Dat lijkt alsof jeugdfilms niet als hoofdfilms worden meegeteld, maar om een zo volledig mogelijk beeld te geven van de Nederlandse filmproductie, leek het ons niettemin relevant om jeugdfilms in het aantal nieuwe films mee te tellen.

Toegegeven: de verschillen tussen beschikbare cijfers zijn niet altijd even groot. Een verschil van 50.000 bezoekers op een totaal van bijna 20 miljoen bezoekers maakt niet zo heel veel uit, en is in een grafiek waarschijnlijk niet eens goed zichtbaar.

Toch wil je als onderzoeker het liefst zo precies mogelijke cijfers presenteren. Bovenstaande opsomming van vragen maakt echter duidelijk dat het onmogelijk is daar volledig in te slagen: een ‘definitief’ overzicht van historische bioscoopcijfers is waarschijnlijk niet te geven. Voor veel indicatoren bestaan meerdere cijfers, en de cijfers die uiteindelijk in een overzicht gepresenteerd worden, zijn sterk afhankelijk van de keuzes die bij het verzamelen van de data gemaakt worden.

Naar een nieuwe dataset

Vanuit de wens om – ondanks bovengenoemde kwesties – een zo volledig, solide en verantwoord mogelijke dataset samen te stellen, zijn we in de jaarverslagen van de bioscoopbranche gedoken. [3] Omwille van de consistentie hebben we daarbij geen cijfers uit andere bronnen meegenomen. Daardoor beperkt onze verzameling zich tot de periode 1946-2016, aangezien tijdens de Tweede Wereldoorlog geen jaarverslagen verschenen, en ze daarvóór soms handgeschreven en lastig leesbaar zijn.

Ons onderzoek resulteerde in een dataset bestaande uit zestien indicatoren, die in onderstaande tabel zijn weergegeven. De indicatoren beslaan vier domeinen: bioscopen en filmtheaters, filmaanbod, bezoek en de concurrentiekracht van de Nederlandse film. 

Overzicht van indicatoren in de nieuwe dataset

Tabel 4 - Overzicht van indicatoren in de nieuwe dataset

In de bronvermelding van de dataset is van elk cijfer terug te vinden uit welk jaarverslag het afkomstig is. In de verantwoording is daarnaast per indicator opgenomen welke (grote) trendbreuken hierin voorkomen, en welke keuzes naar aanleiding daarvan zijn gemaakt bij het verzamelen van de data.

De nieuwe dataset bevat niet alleen alle data in tabelvorm, maar ook een interactieve grafiekmogelijkheid, waarbij per indicator indexering en inflatiecorrectie kunnen worden in- en uitgeschakeld, en bij beiden een basisjaar naar keuze kan worden ingesteld.

Een definitief overzicht?

We stelden het hierboven al: een definitief overzicht van historische bioscoopcijfers is waarschijnlijk niet te maken. Deze nieuwe dataset is evenmin zonder kanttekeningen. Zo bevat ook deze set cijfers de nodige trendbreuken. Voor het bezoek bleek bijvoorbeeld een reeks exclusief reisbioscopen de meest consistente optie, terwijl voor de recette doorgaans enkel de recette inclusief reisbioscopen bekend was. Door gemaakte keuzes zijn de afzonderlijke reeksen weliswaar zo consistent mogelijk, maar ten opzichte van elkaar zijn ze nu juist inconsistent.

Daarnaast bevat deze dataset ruim 700 verschillende cijfers, handmatig verzameld uit honderden pagina’s van 70 verschillende jaarverslagen. Bij dergelijk handwerk is – ondanks grote zorgvuldigheid en diverse controles – een foutje nooit uitgesloten. Mogelijk is in de toekomst dan ook een correctie noodzakelijk. Op het voorblad van de dataset is daarom de datum te zien waarop deze voor het laatst gewijzigd is.

Ook zijn er altijd aanvullingen mogelijk. Zo ontbreken voor sommige jaren enkele cijfers. Het is mogelijk dat met een tweede analyse nog enkele van deze ontbrekende cijfers ingevuld zouden kunnen worden. Nu is voornamelijk gezocht in grafieken, tabellen en relevante hoofdstukken, maar misschien zou een close-reading van de volledige jaarverslagen nog cijfers kunnen opleveren die op onverwachte plekken in de lopende tekst genoemd worden.

Aanvullingen zouden eveneens gezocht kunnen worden in nieuwe indicatoren of functionaliteiten. Aan het aantal nieuw verschenen films had bijvoorbeeld een statistiek toegevoegd kunnen worden met het percentage kleurenfilms hiervan. Daarnaast zijn er nog diverse afgeleide indicatoren denkbaar, zoals het aantal stoelen per doek (gemiddelde zaalgrootte) of het aantal bezoeken per stoel (gemiddelde stoelbezetting).

We denken niettemin dat de huidige dataset een waardevolle toevoeging is aan bestaande dataverzamelingen, en aan het onderzoek naar de bioscoopbranche. Die waarde ligt niet alleen in de omvang van deze dataset en de daaraan toegevoegde functionaliteiten, maar vooral ook in de vele bij de cijfers geplaatste kanttekeningen en opmerkingen. We hopen dat deze een handvat kunnen bieden voor een ieder die in de toekomst onderzoek naar of met historische bioscoopcijfers wil doen.

Met dank aan de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters en Stichting Filmonderzoek voor feedback op een eerdere versie van dit artikel.

Download

BestandDownload hier de dataset Bioscoopgeschiedenis in cijfers (1946-2017) als Excel-bestand

Let op: bij een gedownload bestand toont Excel onderstaande opmerking. De interactieve grafieken en indexeerfunctie in deze dataset werken alleen als 'bewerken' wordt ingeschakeld.

Excel

Noten

[1] De jaarverslagen zijn online te vinden op www.film-bioscoopbranche.nl (1918-2011) en www.denvbf.nl (2009-2017).

[2] Daarmee wijken deze cijfers af van de vergelijkbare indicatoren in de Cultuurindex Nederland, waar de infrastructuur op 31 december van het betreffende jaar geteld wordt.

[3] De branchevereniging van bioscopen – onder welke vlag de jaarverslagen verschenen – droeg tussen 1946 en 2016 verschillende namen. Zo was het jaarverslag over 1946 afkomstig van de ‘Nederlandsche Bioscoop-Bond’, en dat van 2016 van de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters.

Literatuur

Bron beeld

Bert Verhoeff, Nationaal Archief/Anefo, Publiek domein

Drukte bij Tuschinski (Amsterdam) voor de film Turks Fruit (1973), met 3.338.000 bezoekers de best bezochte Nederlandse film ooit (Nederlands Filmfonds 2018, p. 33).

Trefwoorden: