Gezocht: cultureel werknemer (m/v)! Verschillende cijfers over culturele vacatures vergeleken

Kantoor (Bron beeld: Unsplash/Annie Spratt)
11 april 2018

‘Gezocht: hoogopgeleide vrijwilliger of stagiair marketing en communicatie (m/v) voor een culturele instelling in Noord-Holland, beschikbaar voor minstens 32 uur in de week’. Het zou een exemplarische vacaturetekst kunnen zijn voor een functie op de culturele arbeidsmarkt, blijkt uit twee recente onderzoeken waarin de culturele arbeidsmarkt onderzocht wordt aan de hand van culturele vacatures. Hoe verhouden deze onderzoeken zich tot elkaar en andere cijfers over de culturele arbeidsmarkt?

Begin maart beschreven Rosa Scholtens en Jaconelle Stas-Schuffel van de culturele vacaturebank Culturele Vacatures de culturele arbeidsmarkt aan de hand van de jaarcijfers over 2015-2017 van dit platform. Hieruit bleek dat bij de vacatures die de afgelopen jaren via Culturele Vacatures werden aangeboden, vooral groei te zien was in de vacatures voor betaalde functies (Scholtens et al. 2018).

Ook in het deze week verschenen onderzoeksrapport Culturele vacatures onderzocht van Dimitri Lahaut wordt een aanzienlijke groei in vooral het aantal vacatures voor betaalde functies gerapporteerd (Lahaut 2018a, p.5). Toch ligt in de begeleidende teksten en de berichtgeving rondom het rapport de nadruk op de onbetaalde functies. Daarbij is echter een belangrijke kanttekening op zijn plaats, blijkt uit een analyse van de cijfers.

Hieronder bespreken we puntsgewijs de belangrijkste bevindingen van beide onderzoeken, alsook de overeenkomsten en verschillen. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de verschillende methodes, data en afbakening van de culturele sector die door de auteurs gebruikt zijn. Scholtens et al. keken naar het volledige aanbod op Culturele Vacatures: ‘alle vacatures van culturele organisaties, en cultureel-inhoudelijke functies van niet-culturele organisaties’. In 2017 betrof dat zo’n 2.500 vacatures (Scholtens et al. 2018). Het betreft hier uitsluitend vacatures waarbij voor plaatsing betaald is.

Lahaut doorzocht met behulp van de big data-tool Jobfeed alle plekken waar online culturele vacatures werden geplaatst. Voor 2017 vond hij zo bijna 5.000 verschillende vacatures, zowel op sites van werkgevers als van (betaalde en onbetaalde) intermediairs. Evenwel koos hij daarbij voor een scherpere afbakening van de culturele sector, waarbij hij keek naar de ‘culturele sector in enge zin’. Deze komt voor een groot deel overeen met de door het CBS gehanteerde deelsectoren ‘kunsten en cultureel erfgoed’ en deels met ‘media- en entertainmentindustrie’, en omvat om precies te zijn ‘de sectoren amateurkunst en cultuureducatie, archieven, monumenten, beeldende kunst en vorming, dans, film, letteren en bibliotheken, musea, muziek en muziektheater, theater, monumenten en archeologie’. Ook hier zijn cultureel-inhoudelijke bij niet-culturele organisaties in de cijfers meegenomen. (Lahaut 2018a, p.4).

Aantal culturele vacatures nam toe in 2017

Het aantal culturele vacatures nam toe in 2017: volgens Lahaut met circa 10 procent, volgens Scholtens et al. met 23 procent (Scholtens et al. 2018; Lahaut 2018a, p.5). Bij de cijfers van Culturele Vacatures moet echter worden opgemerkt dat een toename van het aantal vacatures ook een gevolg kan zijn van een toegenomen bekendheid van het platform, waardoor een groter deel van de culturele vacatures hierop wordt geplaatst.

Opvallend is evenwel dat het in beide onderzoeken genoemde aantal culturele vacatures relatief laag is. In 2017 werden er op de gehele arbeidsmarkt 1.714.074 vacatures online geplaatst – exclusief vrijwilligersfuncties, stageplekken, freelancefuncties en bijbanen (Textkernel 2018). Worden deze groepen ook weggelaten bij de 5.000 door Lahaut gevonden vacatures, dan blijven er binnen de deelsectoren ‘kunsten en cultureel erfgoed’ en (deels) ‘media- en entertainmentindustrie’ circa 2.750 culturele vacatures over: een marktaandeel van 0,16 procent (Lahaut 2018c). Daarentegen zijn deze sectoren goed voor respectievelijk 0,5 en 0,6 procent van alle banen in Nederland (Centraal Bureau voor de Statistiek 2017a).[1]

Toenemend aantal vacatures voor betaalde functies

Uit zowel het onderzoek van Lahaut als van Scholtens et al. blijkt dat het aantal betaalde culturele vacatures in 2017 harder steeg dan het totale aantal culturele vacatures. Bij Lahaut bedraagt deze stijging 24 procent (Lahaut 2018a, p.5). Scholtens et al. noemen geen percentage, maar uit hun grafiek valt – met inachtneming van de mogelijke groei van Culturele Vacatures als platform – af te leiden dat dit tussen de 30 en 35 procent moet liggen (Scholtens et al. 2018). Op de gehele arbeidsmarkt nam het aantal betaalde functies in 2017 toe met 21 procent ten opzichte van 2016 (Textkernel 2018).

Niettemin zoomt Lahaut in op de onbetaalde vacatures. 44 procent van alle culturele vacatures betreft zo’n onbetaalde functie: ofwel een vrijwilligersfunctie (19 procent), ofwel een stageplek (25 procent) (Lahaut 2018a, p.5).[2] Deze onbetaalde functies krijgen vrij veel nadruk, met name in de ondertitel (‘Voor een dubbeltje op de eerste rang: arbeidsmarkt van de culturele sector’) en de online introductie van het rapport (‘Hieruit blijkt dat de culturele sector zich vooral richt op het binnenhalen van hoog opgeleide, en bij voorkeur vrijwillige krachten’) (Lahaut 2018b). Ook in de berichtgeving rondom het onderzoek is vooral op de onbetaalde vacatures gefocust.[3]

Toch is voorzichtigheid bij deze cijfers noodzakelijk. Ten eerste vormen vacatures voor vrijwilligers ‘slechts’ 19 procent van alle vacatures, tegenover 41 procent voor vacatures voor een (mogelijk) vast contract en 15 procent voor vacatures voor verschillende vormen van tijdelijk werk (Lahaut 2018c). Dat de cultuursector vooral op zoek is naar vrijwillige krachten, kan op basis van deze cijfers dus niet direct gesteld worden.

Ook is het belangrijk rekening te houden met het verloop van arbeidskrachten. Onder vrijwilligers en zeker onder stagairs is dit waarschijnlijk veel hoger dan onder (vaste) werknemers. Hierdoor zijn veel vaker vacatures nodig om vrijwilligers- en stageplekken opnieuw te vullen. Beide groepen zijn daardoor waarschijnlijk oververtegenwoordigd in het aantal vacatures. Het duidelijkst is dit zichtbaar in de groep stagairs. 25 procent van alle culturele vacatures is voor hen, terwijl zij ‘slechts’ 2,6 procent van de werkgelegenheid in de deelsectoren ‘kunsten en cultureel erfgoed’ en ‘media- en entertainmentindustrie’ voor hun rekening nemen (Centraal Bureau voor de Statistiek 2017a).[1]

Tot slot is onbekend hoe de verdeling van verschillende soorten functies in vacatures van de gehele arbeidsmarkt is. Dit maakt het moeilijk te bepalen hoe uitzonderlijk de culturele sector op dit vlak is.

Een en ander neemt niet weg dat de inzet van vrijwilligers en stagairs in de culturele sector wel degelijk relatief groot is, en de laatste jaren ook sterk is toegenomen (Centraal Bureau voor de Statistiek 2017a; Van Aart et al. 2017). Daarmee zal er zeker een reële vraag zijn naar onbetaald werk, maar het aantal vacatures voor dit soort functies geeft hiervan waarschijnlijk een uitvergroot beeld.

Verdeling tijdelijke en vaste functies in lijn met gehele arbeidsmarkt

In de door Lahaut onderzochte vacatures was 18 procent van de betaalde functies voor een tijdelijk contract, naast 7 procent vacatures via detachering of voor een interimfunctie. 74 procent van de betaalde vacatures was voor een (mogelijk) vast contract (Lahaut 2018a, p.5). Dit is in lijn met de gehele werkzame beroepsbevolking, waarin 73 procent van de werknemers tussen 15 en 65 jaar in 2017 een vaste arbeidsrelatie had (Centraal Bureau voor de Statistiek 2018).

Iets meer dan de helft van de vacatures is voor minstens 32 uur in de week

Cijfers van Lahaut en Scholtens et al. over de verhouding tussen parttime en fulltime functies lopen uiteen. In een grafiek van Scholtens et al. blijkt dat het aantal parttime functies (circa 880) veel groter is dan het aantal fulltime functies (circa 540) (Scholtens et al. 2018). Een definitie van parttime en fulltime geven zij evenwel niet.

Lahaut doet dit wel, en definieert fulltime als 32 uur of meer. Met deze definitie komt hij tot een tegenovergestelde conclusie: het grootste deel van de door hem onderzochte functies (55 procent) bleek juist voor een fulltime functie te zijn (Lahaut 2018a, p.8). Dit is overigens iets lager dan het aandeel fulltime functies in alle vacatures (59,7 procent) (Textkernel 2018).

Het CBS hanteert 36 uur of meer als definitie van voltijd. Volgens dat cijfer werkt op de gehele arbeidsmarkt 52 procent van de werkzame beroepsbevolking fulltime (Centraal Bureau voor de Statistiek 2018). Onder kunstenaars en mensen met een overig creatief beroep is dat (in de eerste werkkring) respectievelijk 52 en 54 procent (Centraal Bureau voor de Statistiek 2017b).

Hoe kleiner de organisatie, hoe groter de kans op een vast contract

Lahaut onderzocht ook het soort vacatures dat door bedrijven met een verschillende omvang wordt aangeboden. Daaruit blijkt globaal genomen dat er meer vaste dienstverbanden zijn bij kleine organisaties, terwijl grotere organisaties sneller tijdelijke werknemers zoeken. Vrijwilligerswerk komt daarnaast vooral voor bij kleine organisaties, terwijl bij bedrijven met tussen de 200 en 499 werknemers het meeste plek is voor stagiairs (Lahaut 2018, p.6).

Aandelen verschillende soorten vacatures per organisatiegrootte (Bron: Lahaut 2018c)

Figuur 1 - Aandelen verschillende soorten vacatures per organisatiegrootte (Lahaut 2018c)

Bij de categorieën bedrijven met meer dan 1000 werknemers dient evenwel een kleine kanttekening gemaakt te worden. Navraag bij de auteur leert dat het hier om een klein aantal bedrijven gaat. Dit maakt deze percentages enigszins gevoelig voor uitschieters. Verreweg de meeste vacatures (76 procent) zijn afkomstig van bedrijven met maximaal 199 werknemers.

Grote regionale verschillen in culturele vraag naar arbeid

Verreweg de meeste vacatures voor culturele banen vond Lahaut in Noord- en Zuid-Holland (Lahaut 2018, p.7). Dit zijn ook de provincies waar op dit moment de meeste culturele werkgelegenheid is, zoals onderstaande figuur laat zien. Opvallend is evenwel het (nog) grotere aandeel dat Noord-Holland heeft in het aantal vacatures t.o.v. het aandeel in de werkgelegenheid. Dit zou kunnen betekenen dat de centrale positie van Noord-Holland in 2017 verder is toegenomen.

Aandeel per provincie in het aantal culturele vacatures in 2017, en het aandeel per provincie in het aantal kunstenaars en werkenden met een ander creatief beroep in 2013-2015 (Bureau Lahaut 2018a, p. 7; Centraal Bureau voor de Statistiek 2017b)

Figuur 1 - Aandeel per provincie in het aantal culturele vacatures in 2017, en het aandeel per provincie in het aantal kunstenaars en werkenden met een creatief beroep in 2013-2015 (Bureau Lahaut 2018a, p.7; Centraal Bureau voor de Statistiek 2017b). Door afronding kan het zijn dat percentages niet precies optellen tot 100.

Een interessante bevinding van Lahaut betreft verder de verdeling van vrijwilligersfuncties en stageplekken over het land. Waar in Noord- en Zuid-Holland relatief veel vacatures voor stageplekken zijn, is hier juist relatief weinig vraag naar vrijwilligers. In deze provincies zitten namelijk veel grotere bedrijven, waar – zoals bovenstaande tabel 1 laat zien – relatief weinig vrijwilligers gevraagd worden. Voor vrijwilligers bestaat juist veel vraag in Groningen, Gelderland, Zeeland, Drenthe en Limburg (Lahaut 2018a, 2018c).

Veel vacatures op HBO-niveau

In culturele vacatures wordt bovengemiddeld vaak om een HBO-opleiding of hoger gevraagd: in betaalde functies in 61 tot 68 procent van de vacatures (Lahaut 2018c). In de gehele beroepsbevolking tussen 25 en 65 jaar heeft daarentegen 40,9 procent dit opleidingsniveau, en in alle vacatures wordt het in 43 procent van de gevallen gevraagd (Centraal Bureau voor de Statistiek 2018, Textkernel 2018).

Percentage van de vacatures waarin een bepaald opleidingsniveau gevraagd wordt (Lahaut 2018c)

Tabel 2 - Percentage van de vacatures waarin een bepaald opleidingsniveau gevraagd wordt (Lahaut 2018c)

Tegelijkertijd sluit dit percentage wel aan bij de huidige situatie op de culturele arbeidsmarkt. In 2013-2015 had respectievelijk 68 en 63 procent van de kunstenaars en werkenden in overige creatieve beroepen een opleiding (niet zijnde een kunstopleiding) op ten minste HBO-niveau (Centraal Bureau voor de Statistiek 2017b). Eurostat berichtte daarnaast eerder dit jaar dat 58 procent van de werkenden in de culturele sector in Nederland een HBO-opleiding gedaan heeft, tegenover 36 procent in de gehele arbeidsmarkt (Eurostat 2018).

Noten

[1] Het betreft hier voorlopige cijfers over 2016. Cijfers over 2015 zijn hiermee echter vergelijkbaar.

[2] Bij Scholtens et al. is hierbij een percentage van circa 25 procent af te lezen (Scholtens et al. 2018).

[3] Zo kopte Trouw: ‘In bijna de helft van de vacatures in de cultuursector wordt gratis personeel gezocht’. Onder andere De Telegraaf en Nu.nl namen het nieuws over onder vergelijkbare titels (Weel 2018; Redactie De Telegraaf 2018; Redactie Nu.nl 2018).

Literatuur

Bron beeld bovenaan

Unsplash/Annie Spratt

Trefwoorden: