Eerste resultaten Regionale Cultuurindex tonen grote verschillen in culturele rijkdom

Molen De Otter (Bron: Unsplash/Vincent Versluis)
30 mei 2018

Er zijn grote verschillen in cultureel aanbod tussen Nederlandse steden en regio’s. Dat blijkt uit de eerste deelresultaten van de Regionale Cultuurindex, die wordt ontwikkeld door de Boekmanstichting en Atlas voor gemeenten.

De eerste resultaten van de Regionale Cultuurindex geven een beeld van de culturele capaciteit – oftewel het aanbod – per provincie. Op basis van twintig indicatoren wordt duidelijk welke provincie per hoofd van de bevolking het omvangrijkste culturele aanbod heeft, rekening houdend met de waardering voor verschillende cultuurvormen. Het aanbod is in kaart gebracht in vijf culturele sectoren: podiumkunsten, erfgoed, beeldende kunst, letteren en film. Met een gewogen optelsom van scores in deze sectoren, wordt de top drie gevormd door respectievelijk Groningen, Zeeland en Noord-Holland. Dit artikel brengt deze en andere eerste resultaten van de Regionale Cultuurindex in beeld.

De Regionale Cultuurindex is een belangrijke aanvulling op de Cultuurindex Nederland. Met dat instrument verzamelt de Boekmanstichting tweejaarlijks cijfers over 87 indicatoren over kunst en cultuur in Nederland. Door dit omvangrijke palet aan statistieken over 2005-2015 bij elkaar te brengen en overkoepelende ontwikkelingen te analyseren, worden landelijke trends in kunst en cultuur inzichtelijk. Maar in deze landelijke cultuurindex is niet afdoende te zien hoe het culturele aanbod ervoor staat in de regio. Wel bekend is dat voor gemeenten een belangrijke rol is weggelegd als aanbieders van kunst en cultuur, aangezien deze de grootste cultuursubsidiënt zijn binnen de overheden (zie voor cijfers bijvoorbeeld Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2018). Bovendien wordt het merendeel van de Rijkssubsidies toegekend aan culturele instellingen in de Randstad, waardoor de grote steden aldaar ook verantwoordelijkheid dragen voor het aanbod in de omliggende regio. Dat vraagt een weloverwogen, goed onderbouwde stellingname over de uiteindelijke geografische spreiding van cultuuraanbod, en daarmee samenhangende spreiding van publiek en geldstromen.

De Boekmanstichting ontwikkelt daarom samen met Atlas voor gemeenten de Regionale Cultuurindex. Deze zal bestaan uit de pijlers Capaciteit, Participatie en Geldstromen – naar voorbeeld van de Cultuurindex Nederland (zie ook de Verantwoording) – die in de loop van 2018 worden gepubliceerd. Vandaag komen cijfers over capaciteit beschikbaar.

Hoe werkt de Regionale Cultuurindex?

De pijler Capaciteit in de Regionale Cultuurindex bevat zoals gezegd twintig indicatoren, die tezamen het culturele aanbod per regio beschrijven. Alle indicatoren hebben een weging, die zo objectief mogelijk is afgeleid uit de waardering die mensen hebben voor de verschillende culturele objecten en activiteiten in hun woonomgeving (Marlet en Woerkens 2011). Daarbij is gebruik gemaakt van verschillende onderzoeken, op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau (zie ook de Verantwoording). Zo blijken uitvoeringen in de podiumkunsten als een belangrijker onderdeel van het culturele aanbod in een regio te worden gezien dan (bijvoorbeeld) het aantal kunstgaleries. De indicator over het aantal uitvoeringen telt daarom zwaarder mee in de Regionale Cultuurindex.

Uiteindelijk heeft deze analyse geleid tot een (afgeronde) weging waarbij het aanbod aan podiumkunsten (inclusief festivals) en het in de provincie aanwezige erfgoed beide voor 30 procent meetellen, het aanbod aan letteren (bibliotheken en boekwinkels) en beeldende kunst (inclusief cultuureducatie) samen voor 30 procent en het filmaanbod voor 10 procent. Daarnaast is er een indicator voor cultuureducatie opgenomen.

Tabel 1 - Opbouw pijler Capaciteit van Regionale Cultuurindex

Tabel 1 - Opbouw pijler Capaciteit van Regionale Cultuurindex (zie ook de Verantwoording voor toelichting en bronvermelding)

Om ook rekenschap te geven van verschillen in inwoneraantal tussen provincies, is de optelsom van gewogen scores tot slot gedeeld door dat aantal inwoners van een provincie. Op deze manier maakt de Regionale Cultuurindex inzichtelijk hoe het culturele aanbod zich tot de bevolkingsgrootte verhoudt.

Hoe scoren de provincies? Groningen heeft het meeste te bieden

Figuur 1 - Capaciteit per provincie

Figuur 1 - Capaciteit per provincie (zie ook de Verantwoording voor toelichting en bronvermelding)

De voor de Regionale Cultuurindex verzamelde data voor de twaalf provincies laten zien dat in absolute zin – dus zonder rekening te houden met bevolkingsgrootte - het meeste culturele aanbod zich in Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant bevindt. Daarbij is Noord-Holland absolute koploper met een score van (afgerond) 22, Zuid-Holland volgt met 18 en Noord-Brabant met 12. Maar in relatieve zin hebben de provincies Groningen en Zeeland hun inwoners het meest te bieden. Groningen scoort op de Regionale Cultuurindex een waarde van 0,833, Zeeland 0,802. Noord-Holland volgt op 0,788. Flevoland is hekkensluiter op de index, met een waarde van 0,259.

De hoge notering danken Groningen en Zeeland in de eerste plaats door het aanwezige erfgoed: in geen enkele andere provincie zijn er zoveel musea en monumenten per inwoner als hier. [1] Ook Friesland scoort goed op de aanwezigheid van erfgoed. Wanneer we erfgoed buiten beschouwing laten, zou Noord-Holland de eerste plaats innemen, Groningen de tweede en Utrecht de derde. Dat de sector erfgoed een belangrijke rol speelt in de notering van provincies reflecteert echter de waarde die men hecht aan erfgoed en op basis waarvan de weging van deze sector is vastgesteld (zie de Verantwoording).

Op het gebied van de podiumkunsten vormt Noord-Holland een absolute uitschieter, terwijl de provincies die daarop volgen dicht bij elkaar liggen. In de letterensector gaat Zeeland voorop, gevolgd door Overijssel en Groningen. Noord-Holland en Friesland hebben het meeste aanbod op het gebied van beeldende kunsten, gevolgd door Zuid-Holland en Zeeland, die een bijna gelijke score hebben.

Figuur 2 - Scores per provincie

Figuur 2 - Scores per provincie (zie ook de Verantwoording voor toelichting en bronvermelding)

Regionale Cultuurindex is work-in-progress

Met deze cijfers over capaciteit voor kunst en cultuur in provincies, is het eerste deel van de Regionale Cultuurindex een feit. In de loop van 2018 publiceren de Boekmanstichting en Atlas voor gemeenten ook de andere twee delen over participatie en geldstromen. Het instrument is zodoende op dit moment nog een work-in-progress, waarin het in samenwerking met diverse partners verzamelen van relevante, valide cijfers over de tweede en derde pijler de eerste vervolgstap is. Niettemin laat het eerste deel alvast zien in hoe het culturele aanbod ervoor staat in de provincie. Daaruit blijkt dat Groningen en Zeeland een groot (erfgoed-)aanbod hebben, en Noord-Holland wat betreft capaciteit uitblinkt in de podiumkunsten. In aanvulling op deze provinciale uitkomsten, is in Atlas voor gemeenten 2018 te lezen hoe het aanbod eruit ziet in vijftig grote gemeenten [2]. Gezamenlijk voeden deze data het publieke en politieke debat over spreiding van kunst en cultuur in Nederland.

Verantwoording

Bij het vaststellen van de waardering voor de verschillende vormen van cultuur is gebruik gemaakt van verschillende onderzoeken – zowel op landelijk, provinciaal als gemeentelijk niveau (zie onder andere Marlet 2010, Marlet en Poort 2011, Marlet et al. 2018). De methode om het regionale culturele aanbod gewogen in kaart te brengen, is afgeleid van de cultuurindex die Atlas voor gemeenten eerder voor de vijftig grootste gemeenten van Nederland ontwikkelde (Marlet en Woerkens 2011). Over de waardering van sommige culturele objecten en activiteiten zijn (nog) geen harde cijfers bekend, in deze gevallen is de waarde – en daarmee de weging in de index – van verschillende vormen van cultuur globaal ingeschat.

Podiumkunsten

Onder de categorie podiumkunsten vallen het aantal podia (gewicht: 5%) en culturele festivals (gewicht: 5%) in de stad en regio, en het jaarlijks aantal uitvoeringen (gewicht: 20%) daarop. Op die manier is zo goed mogelijk rekening gehouden met zowel de omvang als de diversiteit van het aanbod; eenzelfde aantal uitvoeringen op een groter aantal (kleinere) podia telt in de index dus zwaarder mee. De gebruikte data zijn afkomstig van de Vereniging van Nederlandse Poppodia en –Festivals (VNPF), de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD), EM-cultuur, Respons en van de afzonderlijke podia, op basis van eigen dataverzameling. Een podium is meegeteld als er sprake is van wekelijks aanbod. Dat wil zeggen: minstens veertig (rekening houdend met twaalf weken zomersluiting) uitvoeringen in 2016 of (in verband met tijdelijke sluitingen) minstens twintig uitvoeringen in 2016 en in één van de voorgaande vier jaren minstens veertig uitvoeringen. Volgens dat criterium had Nederland in 2016 450 podia.

Beeldende kunsten

Het aanbod aan beeldende kunst in een stad of regio wordt door gebrek aan data deels aan het zicht onttrokken; het aantal kunstenaars, ateliers en project- en presentatieruimtes in een stad is niet landsdekkend bekend. Datzelfde geldt voor kunst in de openbare ruimte. Daarom wordt het aanbod uit deze categorie in kaart gebracht door een beperkt aantal indicatoren; het aantal musea voor beeldende kunst (gewicht: 10%) en het aantal kunstgaleries (bron: Nederlandse Galerie Associatie, gewicht: 5%). Daarbij is overigens – door gebrek aan geschikte data daarover – geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende galeries op basis van bijvoorbeeld internationale reputatie en het bezoek aan gerenommeerde beurzen. Ook de aanwezigheid van centra voor de kunsten en cultuureducatie op scholen (bron: Cultuurconnectie, gewicht: 2,5%) is tot slot bij deze categorie geteld.

Letteren

De categorie letteren bestaat uit indicatoren voor het aantal (vestigingen van) bibliotheken (gewicht: 5%), boekwinkels (gewicht: 5%) en antiquariaten (gewicht: 2,5%). De data zijn verkregen uit eigen dataverzameling in combinatie met het vestigingenregister van LISA.

Film

In de categorie film zijn uit een databestand van de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters indicatoren opgenomen voor het aantal doeken en stoelen in bioscopen (gewicht: 2,5%) en filmhuizen (gewicht: 7,5%). De gesubsidieerde arthouse filmhuizen tellen in de index zwaarder mee dan de commerciële bioscopen. De reden daarvoor is dat de filmhuizen naar verwachting meer bijdragen aan een gevarieerd cultureel aanbod waarmee steden en regio’s zich kunnen onderscheiden (Marlet et al. 2018).

Erfgoed

De categorie erfgoed bestaat enerzijds uit het aantal cultuurhistorische musea (gewicht: 5%) en overige musea (exclusief musea voor beeldende kunst, gewicht: 2,5%) en anderzijds uit het aantal Rijksmonumenten in de stad en regio. De museumdata zijn gebaseerd op eigen dataverzameling, waaruit blijkt dat Nederland in totaal 1414 musea heeft, waarvan 811 in de categorie ‘cultuurhistorisch’, 217 musea voor beeldende kunst en 386 in de categorie ‘overig’. De data over het aantal monumenten zijn afkomstig van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en bevatten zowel historische monumenten (gewicht: 12,5%), archeologische monumenten (gewicht: 5%) als beschermde stads- en dorpsgezichten (gewicht: 2,5%). Daarnaast is in de index een indicator opgenomen voor het aantal iconen van de hedendaagse architectuur, zoals de kubuswoningen in Rotterdam (bron: Architectuurgids, gewicht: 2,5%) (Marlet et al. 2015).

Vervolgens is voor alle indicatoren het aandeel van een stad of regio in het totale landelijke aanbod bepaald. Die aandelen zijn vermenigvuldigd met de hierboven beschreven gewichten en vervolgens opgeteld. Het resultaat daarvan is tot slot gedeeld door het aantal inwoners van een stad of regio. De Regionale Cultuurindex drukt dus de verhouding in het culturele aanbod tussen provincies uit.

Regionale Cultuurindex en Cultuurindex Nederland

De Regionale Cultuurindex is ontwikkeld als pendant van de Cultuurindex Nederland (Lahaut et al. 2015; Van Aart et al. 2017). De regionale variant vereist daarbij wel een andere benaderingswijze, waardoor enkele substantiële verschillen ontstaan.

Samenstelling

Allereerst is de Regionale Cultuurindex gebaseerd op een gewogen combinatie van scores van provincies op – vooralsnog – één peilmoment. Vergelijkingen in de tijd zijn daardoor niet mogelijk, wel per provincie. Dit is ook de reden waarom de pijler Concurrentiekracht uit de Cultuurindex Nederland in de Regionale Cultuurindex ontbreekt. Met die cijfers wordt immers (onder andere) de positie van Nederlandse cultuurproducten ten opzichte van producten uit het buitenland inzichtelijk gemaakt, echter de relatieve posities van provincies zijn al zichtbaar met de mogelijkheid scores van provincies onderling te vergelijken. Daarnaast geeft de pijler concurrentiekracht van de Cultuurindex Nederland inzicht in het relatieve succes van Nederlandse culturele producten ten opzichte van die uit het buitenland, echter het is (vooralsnog) niet mogelijk om voor de Regionale Cultuurindex een valide afbakening van – bijvoorbeeld – Noord-Hollandse culturele producten te maken.

Methodiek

De instrumenten verschillen qua methodiek; waar de Regionale Cultuurindex een gewogen combinatie van scores is, is de Cultuurindex Nederland gebaseerd op indexcijfers (getallen die procentuele veranderingen ten opzichte van een specifiek basisjaar weergeven).

Beschikbaarheid data

Voor de Cultuurindex Nederland zijn (bijna alle) onderliggende data verzameld uit publieke bronnen en aldus vrij beschikbaar op deze website, waar een dergelijke verspreiding van brondata voor de Regionale Cultuurindex niet mogelijk was.

Tot slot sluiten de indicatoren zoveel mogelijk aan op die van de Cultuurindex Nederland, maar zijn er wel verschillen, als gevolg van het streven de Regionale Cultuurindex ook te laten aansluiten op de Atlas voor gemeenten.

Noten

[1] Dit is exclusief musea voor de beeldende kunsten, die onder de sector Beeldende Kunst zijn ondergebracht.

[2] Een ranglijst van het culturele aanbod per inwoner in de vijftig grootste gemeenten van Nederland is als PDF beschikbaar: PDF iconRegionale Cultuurindex voor de vijftig grootste gemeenten in Nederland (pijler Capaciteit).pdf

Literatuur

  • Aart, K. van, R. Brom en B. Schrijen (2017) Staat van Cultuur 3: Cultuurindex Nederland 2005-2015. Amsterdam: Boekmanstichting.
  • Lahaut, D. en K. van Aart (2015) Staat van Cultuur 2: Cultuurindex Nederland 2005-2013. Amsterdam: Boekmanstichting.
  • Marlet, G. (2010) Muziek in de stad. Het belang van podiumkunsten, musea, festivals en erfgoed voor de stad. Nijmegen: VOC Uitgevers.
  • Marlet, G. en J. Poort (2011) De waarde van cultuur in cijfers. Utrecht: Atlas voor gemeenten.
  • Marlet, G. en C. van Woerkens (2011) Atlas voor gemeenten. Thema cultuur. Nijmegen: VOC Uitgevers.
  • Marlet, G., R. Ponds en C. van Woerkens (2015) De maatschappelijke waarde van goed ontwerp. Utrecht: Atlas voor gemeenten.
  • Marlet, G., R. Ponds, J. Poort en C. van Woerkens (2018) De waarde van cultuurstad. Utrecht: Atlas voor gemeenten.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2018) ‘Overheidsuitgaven aan cultuur’. Op: OCWincijfers.nl. Laatst geraadpleegd 28 mei 2018.

 

De Regionale Cultuurindex wordt gerealiseerd met steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Bron beeld

Unsplash/Vincent Versluis. Afgebeeld is molen De Otter in Amsterdam. Amsterdam neemt in de ranglijst van het culturele aanbod per inwoner per stad de eerste plaats in.