De internationale positie van Nederlandse kunstenaars

14 februari 2018

Vorige week presenteerden kunstkenners Manuela Klerkx en Oscar van Gelderen en kunstcriticus Hans den Hartog Jager op Art Rotterdam een overzicht van de 50 belangrijkste (levende) kunstenaars van Nederland. Hierbij werd onder meer gekeken naar internationale representatie, internationale tentoonstellingen en veilingresultaten. Over een langere periode is te zien dat Nederlandse kunstenaars steeds verder wegzakken van de internationale top en in toenemende mate een plek in de top 1000 verliezen. 

In de sectoranalyse beeldende kunst die is opgenomen in De Staat van Cultuur 3 wordt al duidelijk dat de gemiddelde ranking van Nederlanders onder de 1000 meest geëxposeerde kunstenaars wereldwijd tussen 2013 en 2015 daalde van plaats 470 naar 475 (Aart et al. 2017, 36). Deze internationale top 1000 wordt opgesteld door Artfacts, een website met een omvangrijke dataset over de hedendaagse kunstwereld. Voor het bepalen van de plaats die een kunstenaar krijgt, wordt gekeken naar het aantal punten dat de kunstenaar scoort met tentoonstellingen. Het gaat daarbij niet alleen om het aantal tentoonstellingen, maar ook om de plaats waar de tentoonstelling is te zien en welke andere kunstenaars daarbij betrokken zijn. Een groepstentoonstelling met tot dan toe laag gerankte kunstenaars in een lokale galerie of museum met weinig bekende kunstenaars in de collectie, levert minder punten op dan bijvoorbeeld een solotentoonstelling in het Museum of Modern Art. Daarbij moet worden opgemerkt dat hierbij ook het werk meetelt van kunstenaars die al zijn overleden en deze kunstenaars komen daarmee ook voor in de data zoals deze zijn opgenomen in de Cultuurindex Nederland. Nummer twee van de Nederlanders in de top 1000 van 2015 is bijvoorbeeld Willem de Kooning, gevolgd door Vincent van Gogh en Piet Mondriaan op plaats vier en vijf.

De Nederlanders worden zowel in de top 1000 als in de nieuwe top 50 aangevoerd door Marlene Dumas. Van de selectie Nederlanders binnen de top 1000, zijn alle nog levende kunstenaars terug te vinden tussen de kunstenaars die de eerste twintig plaatsen innemen in de top 50. Hun gemiddelde ranking in de top 1000 ligt eind 2017 op 430 en is daarmee 26 punten gezakt ten opzichte van de ranking van dezelfde groep kunstenaars in 2015, toen ze nog een gemiddelde ranking van 404 haalden. Dat de gemiddelde ranking in 2017 alsnog gunstiger uitpakt dan die in 2015, komt door drie kunstenaars die in 2015 nog in de top 1000 stonden, maar in 2017 buiten boord vallen: Erwin Olaf, Manon de Boer en Rem Koolhaas dalen tot onder plaats 1000.

Figuur 1: Gemiddelde en gewogen ranking van levende Nederlandse kunstenaars in de internationale top 1000. Bron: Artfacts.net

Wanneer we verder terug in de tijd kijken, zien we dan ook dat de gemiddelde ranking van de nog levende kunstenaars binnen de internationale top 1000 stijgt. Dit komt echter voornamelijk doordat er steeds minder van deze kunstenaars in de top 1000 voorkomen. In 2005 stonden er 18 nog levende Nederlandse kunstenaars in de top 1000, eind 2017 zijn dat er 11. Bovendien hadden vier van deze kunstenaars in 2005 een plek bij de eerste 200 namen op de lijst, in 2017 zijn dat er nog maar twee. Voegen we een weging aan bij de ranking waarbij een hogere notering zwaarder telt dan een lagere, dan is een ander verloop te zien in de ontwikkeling van de ranking.[i] Het indexcijfers komt dan niet meer boven de waarde van 2005. Er zijn dus steeds minder levende Nederlandse kunstenaars binnen de internationale top 1000 die bovendien steeds minder vaak een hoge notering hebben.

Figuur 2: Aantal levende Nederlandse kunstenaars in de internationale top 1000.

Noten

[i] De weging die is toegevoegd, kent aan de nummers 1-100 een factor 10 toe, aan de nummers 101-200 een factor 9, de nummers 201-300 een factor 8 etc. tot aan de nummers 901-1000 die een factor 1 meetellen. Daarmee telt een hogere ranking dus zwaarder mee in het berekenen van het gemiddelde dan een lagere ranking.

Literatuur

Bron beeld

Natascha Libbert