Geldstromen

De inkomsten op het gebied van cultuur zijn scherp gedaald door de economische crisis en overheidsbezuinigingen. Subsidies slinken, verkoop van boeken, cd’s en games loopt terug, sponsors zijn terughoudend. Ook de verhouding tussen de drie inkomstenbronnen van de culturele sector - overheid, markt en privaat, sinds jaren stabiel - lijkt te wijzigen. De hoop is gevestigd op giften en goede-doelenloterijen. Gevers worden stakeholders, als sponsor of donateur.

Trend 1: Minder subsidies

Geldstromen vanuit overheden naar de cultuursector zijn na 2009 gekrompen. Waar tot 2009 de bedragen nog een groei doormaakten, is er vervolgens een daling te zien die naar verwachting ook na 2013 verder zal doorzetten. Met de cultuurnota 2013-2016 werd er door het Rijk veel minder geld gereserveerd voor de culturele sector dan in voorgaande vierjarige cultuurnota’s het geval was. De bestedingen van het Rijk voor kunst en cultuur bestaan voornamelijk uit subsidies aan culturele instellingen, vanuit de culturele basisinfrastructuur (BIS, bestaande uit 84 instellingen) of via een van de zes overheidsfondsen. Geldstromen vanuit het Rijk, provincies en gemeenten omvatten respectievelijk 30%, 10% en 60% van de totale overheidssubsidies aan cultuur. 

Trend 2: Marktinkomsten

De cultuursector krimpt, nog sneller zelfs dan de economie als geheel. Vooral de creatieve industrie lijdt hieronder. Ondernemerschap in de culturele sector is een van de beleidsspeerpunten. Dat heeft geleid tot een stoet aan initiatieven in de culturele sector om nieuwe publieksgroepen aan te trekken en eigen inkomsten te werven, zoals crowdfunding. In 2013 werd in Nederland 32 miljoen euro op deze wijze binnengehaald. Tegenover deze score van ruim 1250 geslaagde projecten en ondernemingen uit alle deelsectoren, staat echter ook een aantal mislukte financieringspogingen.

Trend 3: Nadruk op private financiering

Privaat geld gaat een grotere rol spelen in de inkomsten van cultuurinstellingen. Voor vermogensfondsen, zoals het Cultuurfonds Bank Nederlandse Gemeenten en het Prins Bernhard Cultuurfonds, is cultuur het belangrijkste te ondersteunen doel. De totale waarde van giften van bedrijven, fondsen en kansspelen bedroeg in 2013 naar schatting 190 miljoen euro. In 2009 was het totaalbedrag nog 393 miljoen euro. Deze daling in 2009-2013 is extreem groot. Daarom is het jammer dat veel culturele instellingen geen netwerk van (potentiële) filantropische gevers kennen en hebben. De rijksoverheid probeert met verschillende instrumenten het particulier initiatief te prikkelen om meer aan kunst en cultuur te geven. Het belangrijkste voorbeeld: de in 2012 geïntroduceerde Geefwet, waarmee het geven aan cultuur fiscaal extra aantrekkelijk is. Vooralsnog wordt met giften echter de geslonken overheidssteun nog niet gecompenseerd.

Over pijler geldstromen

De pijler geldstromen biedt inzicht in de verschillende inkomstenbronnen van de culturele sector. Geldstromen is één van de vier pijlers van de Cultuurindex Nederland. Deze pijler gaat over de eigen inkomsten van culturele instellingen, de bijdragen van de overheid en de totale omzet van de creatieve industrie. In de periode 2009-2013 daalt het indexcijfer voor deze geldstromen, van 106 in 2009 naar 294 in 2013.

NB Alle bedragen onder de pijler geldstromen zijn gecorrigeerd voor inflatie.

Kernindicatoren geldstromen

  1. Inkomsten (exclusief overheidsbijdragen)

  2. Overheidsbijdragen

  3. Omzet creatieve industrie