Veelgestelde vragen

Cijfers binnen de pijler Geldstromen zijn gecorrigeerd voor inflatie, zoals te zien in deze Bestandtabel. De cijfers zijn niet gecorrigeerd voor bevolkingsgroei. In de periode 2005-2013 groeide de bevolking met 2,9%. Een toename van bijvoorbeeld bezoekersaantallen met 2,9% duidt dan dus niet op reële groei, maar op een  toeloop die meegroeit met de bevolkingsomvang. Anderzijds vergt die grotere toeloop wel een grotere capaciteit en is het wel degelijk ook een feitelijke ontwikkeling. Daarom zijn deze cijfers vooralsnog niet gecorrigeerd voor bevolkingsgroei, maar moet men die in sommige gevallen wel in het achterhoofd houden.

De Cultuurindex Nederland is een soort AEX voor de cultuursector. Door zoveel mogelijk beschikbare cijfers van de Nederlandse cultuursector voor de jaren 2005, 2007, 2009, 2011 en 2013 te bundelen en te indexeren, en deze samen te voegen tot een Cultuurindex, krijg je in een oogopslag inzicht in de ontwikkelingen en trends in het veld.

De Cultuurindex bestaat uit 83 indicatoren en is volledig gebaseerd op cijfers die al door anderen verzameld zijn. We hebben partnerschappen met talloze culturele instellingen in het veld. Om de gehele Cultuurindex te updaten zouden alle 83 indicatoren al geactualiseerd moeten zijn, maar in praktijk is dat niet het geval. Sommige culturele instellingen of organisaties presenteren hun cijfers pas anderhalf of twee jaar na dato. De Cultuurindex gaat daarom zo snel als de 'langzaamste' indicator. Wel actualiseren we voortdurend de losse indicatoren van de index en brengen we zeer regelmatig cultuurnieuws, om zo toch de actualiteit te kunnen waarborgen.   

De gegevens dienen tweejaarlijks, betrouwbaar, vergelijkbaar en openbaar te zijn om opgenomen te worden in de Cultuurindex Nederland.

De Cultuurindex Nederland is volledig gebaseerd op cijfers die al door andere partijen zijn verzameld. Dat heeft als direct gevolg dat wij afhankelijk zijn van wat andere partijen verzameld hebben en beschikbaar stellen. Wij  proberen  de sector zo breed mogelijk in beeld te brengen. Verder dienen de cijfers tweejaarlijks, betrouwbaar, vergelijkbaar en openbaar te zijn om opgenomen te worden.

Wij zijn voor de Cultuurindex Nederland afhankelijk van tal van partijen uit het culturele veld. Een belangrijk doel van dit initiatief is te bereiken dat er in de toekomst meer gegevens beschikbaar komen die voor langere tijd verzameld worden. Bij de inventarisatie bleek dat sommige gegevensverzamelingen pas recentelijk zijn gestart, of op kleinere schaal wel voorhanden zijn, maar niet op nationale schaal. Ook zijn sommige marktpartijen huiverig voor het prijsgeven van bedrijfsgegevens, terwijl publieke instellingen weinig of geen gegevens over de omvang van particuliere steun openbaar maken, vaak omdat die in aparte steunstichtingen worden geadministreerd. Wij hopen dat de spelers in de cultuur, zowel in de private als in de publieke sector, zich deze tekortkomingen zullen aantrekken. 

De Cultuurindex Nederland maakt in één oogopslag duidelijk dat het culturele veld in de jaren 2005-2009 groei vertoonde. In 2009 kwam daar een eind aan. Een wat nauwkeuriger blik op de vier pijlers waaruit die index is opgebouwd, leert dat de groei vooral zat in toegenomen capaciteit en de grotere concurrentie­kracht van de culturele sector. Het volume aan geldstromen is in 2011 weer bijna gelijk aan dat in 2005, in de tussenliggende jaren lag het wat hoger. Participatie daarentegen gaf, na eerst te zijn gestegen, uiteindelijk een daling te zien.

Trends:
Verandering consumentengedrag: van toegang naar bezit; van fysiek naar digitaal; bij fysieke deelname aan culturele activiteiten spelen beschikbare tijd en vooral geld een grotere rol;
Verandering in arbeid & organisatie: organisatorische omwentelingen amateurkunst vooral door internet; dienstverlenende creatieve industrie hergroepeert zich naar eenmansbedrijfjes;
Verandering in geldstromen en maatschappelijk draagvlak: creatieve industrie slaagt er (nog) niet in door middel van schaalvergroting meer te verdienen; film profiteert wel van digitalisering; Een kleine kring van vermogenden levert het overgrote deel van culturele giften waardoor het maatschappelijk draagvlak van samenstelling verandert; het politieke draagvlak voor cultuur loopt terug.

Bij het gebruik indexcijfers is het eerste meetmoment van groot belang. Alle verschillen zijn immers uitgedrukt als verschillen ten opzichte van dat jaar. Het is van belang vast te stellen of dat jaar in enigerlei opzicht een uitzonderlijk jaar was, want dan zou daar in de interpretatie rekening mee gehouden moeten worden. Anders dan nu was er in 2005 noch sprake van een recessie noch van grote ingrepen in het cultuurbeleid. In de bredere maatschappelijke context was het evenmin een bijzonder jaar. De digitalisering was reeds op gang en zette verder door, zodat ook hier geen sprake is van een plotselinge nieuwkomer. Daarom is 2005 gekozen als nuljaar van de index.

De index kreeg vorm door te kiezen. Selectie is inherent aan de hele exercitie en blijft een onderwerp van permanente aandacht. Van een kritische reflectie op de index, en van gegevens die alsnog beschikbaar komen, kan de index in de loop van de tijd alleen maar beter worden. Het zou kunnen dat we de gegevens over de hier gepresenteerde jaren herzien op basis van voortschrijdend inzicht en op basis van nieuwe informatie die in de nabije toekomst wel beschikbaar is. 

Digitale participatie en consumptie, (immaterieel) erfgoed, effecten van cultuur en draagvlak. Van deze componenten waren geen cijfers beschikbaar, of de ontwikkeling was, bijvoorbeeld in geval van digitalisering, te recent. Wij hopen dit in de toekomst wel mee te kunnen nemen, en hebben hier in de publicatie ‘De Staat van Cultuur’ (dec. 2013) extra aandacht aan besteed.

Bij het opstellen van de Cultuurindex Nederland moesten keuzes gemaakt. De vraag is waar cultuur ophoudt en waar marketing, stedenbouw, horeca en ambacht beginnen. Wij hebben ons bij het bepalen van de reikwijdte van het begrip cultuur laten leiden door de grenzen die TNO en het CBS op dit moment toepassen. Uiteraard vallen kunsten en erfgoed geheel binnen de actieradius.

Ja, de vier pijlers tellen we even zwaar mee bij het berekenen van de index. Zodoende kennen we dus aan capaciteit, participatie, geldstromen en concurrentiekracht een gelijk gewicht toe. Binnen elke pijler tellen dan weer de onderscheiden kernindicatoren even zwaar. Elke kernindicator bestaat uit meerdere concrete waarnemingen, die elk een gelijk gewicht in de schaal leggen, op een enkele beredeneerde uitzondering na.

Het doel van dit project is het ontwikkelen van een onafhankelijk, langjarig platform voor cultuur, cijfers en trendstudies. De Cultuurindex Nederland balt culturele cijferbestanden in enkele kerngetallen samen. Dat geeft een beeld van ontwikkelingen in het culturele veld. De kracht van het overzicht zit in de samenhang, in de wijze waarop de vele losse gegevens met elkaar worden gecombineerd. Daardoor is dit overzicht informatief voor wie zich met dat veld bezig houdt bij overheden, koepelorganisaties, (onderzoeks)instellingen, media of als eenpitter.

De gebruikersmotieven kunnen verschillend van aard zijn. In de eerste plaats levert het een keur aan bruikbare statistische gegevens op voor uiteenlopend wetenschappelijk onderzoek. Door de cultuurindex zullen culturele instellingen en branche instituten bovendien beter in staat zijn hun positie in het brede cultuur-maatschappelijke veld te peilen, en op grond daarvan te versterken.Daarnaast kan de cijferverzameling een eenmalig, enkelvoudig doel dienen. Ze kan gepresenteerd worden ter ondersteuning van een beleidsnota of ten behoeve van een kortstondig lobbyoffensief. Het kan ook zijn om subsidies te verantwoorden of om het resultaat van een business plan te staven.

Op deze website kun je naar eigen inzicht een Cultuurindexgrafiek samenstellen door indicatoren naar keuze met elkaar te vergelijken. 

 

Voor iedereen die geïnteresseerd is in ontwikkelingen en trends in de culturele sector, zoals beleidsmakers en politici, professionals van culturele instellingen, kunstenaars, artiesten, wetenschappers, studenten, journalisten en kunstminnaars.